Uitspraak
mr. W.D. Berkhout, kantoorhoudende te Utrecht,
mr. G.J. Heussen, kantoorhoudende te Baarn.
Gerechtshof Amsterdam
De oudergeleding van de medezeggenschapsraad (OMR) van Jenaplanschool De Ratelaar is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen Wms over de vergoeding van kosten van rechtsbijstand. De school was per 1 augustus 2018 gesloten en er ontstond een geschil over de vergoeding van de kosten die de OMR maakte voor juridische bijstand bij het medezeggenschapstraject en de daaropvolgende procedures.
Prodas, het bevoegd gezag, had de kosten van de externe adviseurs en rechtsbijstand deels betaald maar stelde dat niet alle kosten redelijkerwijs noodzakelijk waren en dat vooraf een kostenraming had moeten worden overlegd. De commissie had de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand beperkt tot een bedrag van €1.120 exclusief btw.
De Ondernemingskamer oordeelt dat de OMR na sluiting van de school nog steeds als partij kan optreden en dat Prodas de kosten van rechtsbijstand in de procedure bij de Ondernemingskamer moet vergoeden tot een bepaald bedrag. De Ondernemingskamer bevestigt dat voorafgaande kennisgeving van kosten noodzakelijk is, maar vindt de door de commissie toegewezen vergoeding voor het nalevingsgeschil niet onredelijk. Het beroep van de OMR wordt grotendeels afgewezen, maar de kosten van de procedure bij de Ondernemingskamer worden aan Prodas opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de OMR wordt afgewezen, maar Prodas moet de kosten van de procedure bij de Ondernemingskamer vergoeden tot een bepaald bedrag.