ECLI:NL:GHAMS:2019:1640
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake invoer cocaïne in koffer met aanvullende bewijsmiddelen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 november 2018, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het invoeren van cocaïne in een koffer. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 25 april 2019 heeft het hof de door de advocaat-generaal gevorderde straf van twintig maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest in overweging genomen.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en de bewijsmiddelen aangevuld met de in hoger beroep afgelegde verklaring van verdachte. Hierin erkent verdachte dat hij wist dat de blauwe koffer waarmee hij van Curaçao naar Schiphol reisde, drugs bevatte. Hij verklaarde dat anderen kleding uit zijn eigen koffer in de drugskoffer stopten en dat hij vervolgens met die koffer naar het vliegveld ging.
De meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit mr. P.F.E. Geerlings en mr. G. Oldekamp, heeft het arrest uitgesproken op 9 mei 2019. Mr. W. Foppen was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank met inachtneming van de aanvullende bewijsmiddelen.
Uitkomst: Bevestiging vonnis rechtbank met gevangenisstraf van twintig maanden voor invoer cocaïne.