Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland betreffende de invoer van bijna één kilo cocaïne op 20 oktober 2018 te Schiphol. De verdachte werd wettig en overtuigend bewezen dat hij opzettelijk deze hoeveelheid cocaïne het Nederlandse grondgebied heeft binnengebracht.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, maar het hof verhoogde de straf tot twaalf maanden vanwege de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en het recidivekarakter van de verdachte, die het delict pleegde tijdens een lopende proeftijd. De verdediging had om een lagere of deels voorwaardelijke straf verzocht vanwege hersenletsel en positieve medewerking aan reclassering.
Het hof oordeelde dat de straf passend is en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat de verdachte zich onder begeleiding van de reclassering dient te stellen. Tevens werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 mei 2019.