Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Omvang van het hoger beroep
Tenlastelegging
- die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en/of die [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en/of
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Beoordeling van de bewijsvraag in het licht van de gevoerde verweren
1. De in hoger beroep gevoerde verweren
2. Feiten en omstandigheden waarvan het hof uitgaat bij zijn beoordeling
,dat bij de medeverdachte [medeverdachte 2] in gebruik was. Dit telefoonnummer van [medeverdachte 2] had op 9 maart 2017, rond het tijdstip van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer], meermalen contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 3]. Dit laatste telefoonnummer komt in de politiesystemen voor gekoppeld aan [medeverdachte 1], wonende aan de [adres 2] te Leiden. [medeverdachte 1] heeft tegen betaling zijn woning op 9 maart 2017 aan [medeverdachte 2] beschikbaar gesteld. Medeverdachte [medeverdachte 3] wist, omdat hij dat van hem had gehoord, dat [medeverdachte 2] bezig was met de ontvoering, de zaak van Amstelveen, en dat de verdachte daarbij betrokken was; [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 3] om 17:00 uur gebeld en gezegd dat ‘het bezig was’, dat ze ‘hem hebben gepakt’.
- “[adres 3]”; [slachtoffer] woonde op het adres [adres 4]. De tekening die onder genoemde notitie is gemaakt met de tekst “[naam 2]” komt overeen met een plattegrond van de flat waar [slachtoffer] woonde en de [plek] ‘[naam 2]’ waarop hij vanuit zijn woning zicht had.
- “[adres 5] 8:25 t/m 8:44 school”, zijnde het adres van de basisschool van de kinderen van [slachtoffer].
- “[sport] dinsdag”; [slachtoffer] ging op dinsdag met zijn kinderen naar [sport].
- de verdachte heeft de auto gehuurd waarmee [slachtoffer] op 9 maart 2017 is ontvoerd vanaf de [straat 3] in Amstelveen;
- de telefoon van de verdachte was ten tijde van de wederrechtelijke vrijheidsberoving nabij de [straat 3] in Amstelveen en ten tijde van het voortduren daarvan in Leiden in de directe nabijheid van het slachtoffer [slachtoffer];
- de verdachte heeft op 9 maart 2017 veelvuldig contact gehad met de medeverdachte [medeverdachte 2], zowel voorafgaand aan als ten tijde van en kort na de wederrechtelijke vrijheidsberoving;
- in die gesprekken communiceren [medeverdachte 2] en de verdachte evident in versluierende bewoordingen met elkaar, terwijl de inhoud van die communicatie – ook wat betreft het tijdsverloop: kort voor het tijdstip waarop [slachtoffer] is vrijgelaten wil de verdachte van [medeverdachte 2] de bevestiging dat ‘het klaar is’, dat ‘het gelukt is’, welke bevestiging hij heeft gekregen – kan passen bij de jegens [slachtoffer] gepleegde wederrechtelijke vrijheidsberoving met als doel van hem iets waardevols te bemachtigen;
- met de telefoon van de verdachte is nog tijdens de duur van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] een nieuwsbericht daarover bekeken, alsook daarna nog tweemaal;
- de verdachte was in het bezit van een agenda en een schrift met daarin aantekeningen waaraan, in samenhang beschouwd met het aangetroffen peilbaken, sterke aanwijzingen kunnen worden ontleend dat de verdachte enige tijd voorafgaand aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] diens gangen heeft gevolgd;
- [slachtoffer] is door de daders geconfronteerd met informatie omtrent zijn gezinsleven die in het schrift van de verdachte is genoteerd;
- de verdachte is drie dagen voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving gesignaleerd samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] in de [straat 2] te Leiden waar de woning is gelegen waar [slachtoffer] op 9 maart 2017 is vastgehouden;
- op die zesde maart 2017 werd gebruik gemaakt van een óók door de verdachte gehuurde auto die ook door andere bevindingen (voornoemd adres in het navigatiesysteem, de gordijnstof) is te koppelen aan de ontvoering van [slachtoffer];
- [medeverdachte 3] wist dat [medeverdachte 2] bezig was met de ontvoering, de zaak van Amstelveen, en dat de verdachte daarbij betrokken was.
Bewezenverklaring
subsidiairhij op 9 maart 2017 te Amstelveen en te Leiden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, welk feit zwaar lichamelijk letsel (te weten een afgesneden of afgeknipte linker pink) ten gevolge heeft gehad voor [slachtoffer], immers hebben verdachte en zijn mededaders, toen [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portieren waren afgesloten, nadat hij, verdachte, en zijn mededaders hadden geschreeuwd dat zij de portieren moest openmaken,
- [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en
hij op 9 maart 2017 te Amstelveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn mededaders, terwijl [slachtoffer] in een afgesloten auto (VW Golf) zat, met een pistool door een portierruit van die auto heeft geschoten;
hij op 9 maart 2017 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een afgesneden of afgeknipte linker pink, heeft toegebracht, door met een mes of een knipschaar, althans een scherp en/of puntig voorwerp de linker pink van [slachtoffer] af te snijden of te knippen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Beslag
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Voorlopige invrijheidstelling (zaaknummer 99/000433-13)
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) jaren.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 10.700,00 (tienduizend zevenhonderd euro), bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) aan materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) aan immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening
€1.000,00 (duizend euro).
88 (achtentachtig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
aanvangsdatum van de wettelijke rentevoor de schade op
9 maart 2017.
360 dagen, alsnog geheel wordt ondergaan.