ECLI:NL:GHAMS:2019:1862
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak huiselijk geweld na hoger beroep bij Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond verdachte terecht voor huiselijk geweld. Het vonnis van de politierechter van 12 juni 2018 werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam beoordeeld. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen één van de ten laste gelegde feiten.
Voor het overige vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit. Hiermee oordeelde het hof dat het bewezenverklaren van dit feit niet kon worden gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door het enkelvoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 2 april 2019. De griffier was C.N. Aalders. Het arrest bevestigt het belang van zorgvuldige bewijsvoering in strafzaken omtrent huiselijk geweld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het ten laste gelegde huiselijk geweld en niet-ontvankelijk verklaard voor een ander ten laste gelegd feit.