ECLI:NL:GHAMS:2019:1882

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
13 juni 2019
Zaaknummer
23-003659-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416, tweede lid Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 mei 2019 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 21 augustus 2018. Verdachte heeft geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondeling bezwaren geuit tegen het vonnis. Tevens is niet gebleken dat er enig rechtens te beschermen belang bestaat bij een inhoudelijk onderzoek van de zaak.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met de aanwezigheid van drie rechters en de griffier. Het arrest is gewezen na kennisname van de vordering van de advocaat-generaal en het onderzoek ter terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en rechtens te beschermen belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003659-18
datum uitspraak: 28 mei 2019
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-092983-18 en 13-082997-17 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van het ingestelde beroep

Nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, noch mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zal hij gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk verklaard worden in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. M.F.J.M. de Werd, in tegenwoordigheid van C.N. Aalders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 mei 2019.