ECLI:NL:GHAMS:2019:1882
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 mei 2019 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 21 augustus 2018. Verdachte heeft geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondeling bezwaren geuit tegen het vonnis. Tevens is niet gebleken dat er enig rechtens te beschermen belang bestaat bij een inhoudelijk onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met de aanwezigheid van drie rechters en de griffier. Het arrest is gewezen na kennisname van de vordering van de advocaat-generaal en het onderzoek ter terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en rechtens te beschermen belang.