ECLI:NL:GHAMS:2019:1884
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens schending aanwezigheidsrecht en recht op rechtsbijstand
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 24 mei 2018 is vastgesteld dat de verdachte en zijn raadsman het onderzoek in eerste aanleg niet konden bijwonen vanwege werkverplichtingen in het buitenland en ziekte van de raadsman.
De verdediging had meerdere keren verzocht om aanhouding van de zitting, maar dit verzoek werd door de politierechter afgewezen. Hierdoor is het aanwezigheidsrecht en het recht op rechtsbijstand van de verdachte geschonden.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 423, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, en jurisprudentie van de Hoge Raad, het vonnis vernietigd moet worden indien een kernpersoon bij het onderzoek ter terechtzitting niet aanwezig is.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
De zaak betreft een tenlastelegging van diefstal van thermostaten met een totale waarde van circa 2315,97 euro, gepleegd op of omstreeks 20 maart 2018 te Amsterdam.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling wegens schending van aanwezigheidsrecht en recht op rechtsbijstand.