Uitspraak
2 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,
3 hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- in de periode dat de iPhone 5s door [persoon A] zou zijn geleend, waren er met het telefoonnummer eindigend op *5637 dagelijks meerdere belcontacten met het telefoonnummer van de vriendin van de verdachte, welk patroon is te zien over de gehele periode van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer eindigend op *5637 (de periode van 11 mei 2015 tot en met 29 september 2015);
- op 13 december 2015 voerde de verdachte een telefoongesprek met een onbekende man en vroeg hij aan deze man hoe hij een back-up op zijn nieuwe telefoon maakt, terwijl de verdachte later die avond tegen de onbekende man zei dat hij die dingen op zijn andere iPhone had gezet en van de man wil weten hoe hij nu zijn andere iPhone helemaal wist;
- op 18 december 2015 werd de verdachte gebeld door een onbekende man over de iPhone 5s die de verdachte op Marktplaats had geplaatst. De verdachte zei dat hij zelf een nieuwe iPhone 6 had gekocht en daarom deze (het hof begrijpt: de iPhone 5s) verkocht, die hij zelf een half jaar had gebruikt. Later die dag werd de verdachte door een andere onbekende man gebeld voor “de iPhone”. De verdachte zei daarop: “200 vaste prijs”.
“ik denk dat”. In haar verklaring zit de twijfel besloten over een herkenning alsmede over de mogelijke constatering met betrekking tot de parkeerplaats. Dit wordt ondersteund door het feit dat zij als getuige ter terechtzitting in hoger beroep met een foto is geconfronteerd van een persoon in een wit shirt bij de slagboom van de haven van IJmuiden en zij heeft verklaard op die foto niemand te herkennen.
“Daar waren [medeverdachte 5] en die twee andere jongens”. Met de twee andere jongens bedoelde zij de jongens van de dag ervoor, die ze ook op het [straatnaam pand D] had gezien. Toen haar een foto van [verdachte 2] werd getoond, gaf zij aan dat ze denkt dat deze jongen ook op 15 augustus 2015 in het huis op het [straatnaam pand D] aanwezig was. Het was de rustige jongen die ze eerder had omschreven in haar verklaring over 14 augustus 2015.
“alles heeft geblokt”.
“Met wie was jij op het moment van dit gesprek?”
“Die rustige jongen van de [straatnaam pand D] zat daar. Ik weet zijn naam niet.”
: Wij hebben vastgesteld dat de rustige jongen van de [straatnaam pand D] [verdachte 2] betreft.
: “Wat deed die rustige jongen daar?”
: “Ook aan het knippen.”
: “Jij was er dus, [medeverdachte 5], [verdachte 2], de jongens waarmee je in Huizen voor de kerst bent aangehouden en nog een donkere jongen?”
: “ja".
“die groene pak”daar ligt en of [verdachte 2] die mee kan nemen.
“nog iets meer dan 2.5 pot”en om 12:46 uur belde [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] met de vraag:
“hoe lang nog denk je”en
“dus goed schoonmaken enzo”.
“laatste”, waarop [medeverdachte 1] antwoordde met
“oké”. Om 14:49 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] inhoudende
“half uurtje”. Op 4 december 2015 om 15:21 uur belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] met de vraag om tegen
“de jongste”te zeggen dat die dadelijk met hem ([medeverdachte 1]) mee moet.
al die vuilniszakken met vuil liggen er ook nog. Die moeten ook weg”en
“zet ze maar klaar dan pikken we die straks wel op”.
“Je gooit het afval in de ton en de hennep in een doos”. Met de “jongste” wordt [verdachte 2] bedoeld.
“hoeveel dozen al”waarop [medeverdachte 2] antwoordt:
“2”. [medeverdachte 1] vroeg:
“broeit het erg”waarop [medeverdachte 2] antwoordde:
“nee valt mee”.
“de afval die …”waarop [verdachte 2] antwoordde:
“ja ja ik begrijp het wel”. [medeverdachte 3] zei nog:
“die moet je direct weggooien goed”, waarop [verdachte 2] antwoordde:
“goed goed”.
appsmet betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de Moses Agga wordt gevaren, en foto’s van de Moses Agga van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die [medeverdachte 8] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [medeverdachte 9] en de getuige [getuige B] (‘[getuige B]’) en tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Op 10 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] ten slotte om 01:47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [medeverdachte 8] volgt dat [medeverdachte 8] op 11 augustus 2015 een ‘Boating Europa’-navigatie is gaan halen. [medeverdachte 8] vraagt [medeverdachte 9] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [medeverdachte 8] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.
Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in beslag genomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de Moses Agga aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [medeverdachte 8].
[medeverdachte 8]@hotmail.comen foto’s van [medeverdachte 8], ook samen met [medeverdachte 9]. [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de Moses Agga heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [medeverdachte 1] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, [verdachte 1], en de twee jongens van de getoonde foto’s [het hof begrijpt: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]].
www.funda.nl) is gebleken dat de woning beschikt over een inpandige garage met een deur naar de woning. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat op het adres [straatnaam pand D] te Huizen [medeverdachte 5] de mensen opving en hen te eten en te drinken gaf. De mensen hebben overal in het huis gezeten. Er waren Aziaten, maar ook Europeanen; [medeverdachte 1] denkt uit de buurt van Bulgarije of Kosovo. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij, [verdachte 2] en [medeverdachte 5] wisten dat de vreemdelingen op het adres [straatnaam pand D] te Huizen verbleven. Dat wisten de volgende dag ook degenen die de vreemdelingen moesten ophalen: [medeverdachte 2], [verdachte 2] en nog een onbekend gebleven jongen. Uit telecomonderzoek is gebleken dat de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij de verdachten [medeverdachte 1], de verdachte [verdachte 1], [medeverdachte 5] en [verdachte 2] op 14 en 15 augustus 2015 zendmasten in de directe omgeving van [straatnaam pand D] te Huizen hebben aangestraald.
- 18:58 uur: [verdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij die blauwe dingen al in de auto heeft gezet of daarheen heeft meegenomen en wie de Expert heeft. [medeverdachte 1] gaat het dadelijk doen met de jongens en gebruikt de andere auto.
- 20:59 uur: [medeverdachte 1] vraagt [verdachte 1] wie de sleutel van de Expert heeft, hij ziet de Doblo nergens. [persoon C] heeft de sleutel van de Expert. [persoon C] heeft [verdachte 1] afgezet en heeft morgenochtend de auto nodig. Misschien heeft de jongste de Doblo.
- 21:01 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] of hij de sleutel van de Expert heeft en of hij weet waar de Doblo is. [medeverdachte 5] heeft de sleutel van de Expert en denkt dat de kleinste de Doblo heeft. [medeverdachte 1] belt vervolgens [verdachte 2] (‘de jongste’) en [medeverdachte 3] (‘de kleine’) met de vraag of zij weten waar de Doblo staat.
- 05:08 uur: [medeverdachte 5] meldt [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:12 uur: [medeverdachte 5] sms’t dat hij nu met [medeverdachte 10] gaat beginnen.
- 05:55: [verdachte 2] wordt gebeld door [persoon D] die er bijna is. [verdachte 2] gaat alvast naar beneden.
- 06:45 uur: [medeverdachte 1] belt met [persoon H] dat zij er met een minuutje zijn.
- 07:02 uur: [medeverdachte 1] vraagt [verdachte 1] de deur beneden open te doen.
- 09:51 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] of het te doen is en of ze om drie uur klaar is. [medeverdachte 2] denkt een uur of zeven à acht. Ze zal het doorgeven.
- 16:48 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] hoever ze nu zijn. [medeverdachte 2] zegt dat de vijfde nu net ligt.
- 18:22 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 4] of hij boven een paar van die grote lege tassen voor hen wil pakken, zij komen zo naar hem toe.
- 19:13 uur: [medeverdachte 1] geeft door aan [persoon H] dat hij binnen vijf minuten bij ‘N’ is.
- 20:20 uur: [medeverdachte 1] meldt [medeverdachte 4] dat ze er bijna zijn.
Getapte gesprekken d.d. 4 december 2015
- 05:12 uur: [medeverdachte 5] meldt [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:54 uur: [verdachte 2] wordt gebeld door [persoon D] die er bijna is. [verdachte 2] moet die tas met kleding niet vergeten.
- 06:43 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat hij er over vijf minuten is.
- 11:16 uur: [medeverdachte 2] antwoordt [medeverdachte 4] dat het goed gaat, nog iets meer dan 2.5 pot.
- 11:21 uur: [medeverdachte 3] vraagt [persoon H] of het goed gaat. Het gaat snel, ze zijn al met de 4e bezig. [medeverdachte 3] vraagt [persoon H] door te geven dat ze pas mogen omkleden en weggaan als alles opgeruimd is.
- 12:42 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat hij er zo is.
- 12:44 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 3] of de jongelui waar hij nu naar toe rijdt pizza kunnen eten. [medeverdachte 3] zegt: doe maar, ze hebben gisteren ook een lange dag gehad.
- 12:46 uur: [medeverdachte 4] vraagt [medeverdachte 2] hoe lang zij nog denkt en of ze vier of vijf potten hadden. Ze zijn zo snel klaar. Hij zegt ook dat ze goed moeten schoonmaken en dat ze dat moet doorgeven.
- 14:50 uur: [medeverdachte 2] laat [medeverdachte 4] weten dat ze over een half uurtje klaar zijn.
- 15:21 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] om tegen de jongste te zeggen dat hij zo met hem mee moet.
- 15:42 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 4] dat hij er nu aankomt.
- 16:02 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat al die vuilniszakken met vuil er nog liggen en dat die ook weg moeten. Ook de dozen met oude schoenentroep. Hij vraagt hem alles in een grote vuilniszak te stoppen. Ze pikken die vanavond of morgen op. [persoon H] zet de zak klaar.
- 16:34 uur: [medeverdachte 5] belt [persoon H] en vraagt hoe laat hij bij hem kan zijn voor die zak. Hij zal een stofzuiger meenemen die daar ook kan blijven staan.
- 17:15 uur: [medeverdachte 4] vraagt [medeverdachte 3] of hij het goed vindt dat hij met [persoon C] en anderen naar Amsterdam gaat. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is.
Getapte gesprekken d.d. 5 december 2015
- 12:48 uur: [medeverdachte 1] wordt gebeld door [verdachte 1] met de vraag of 22 en 23 zeker is. [medeverdachte 1] bevestigt dat: dat hebben we besloten toch? [verdachte 1] zegt dat dan iedereen kan gaan plannen en rond bellen.
- 12:48 uur: [medeverdachte 4] zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij haar nodig heeft de 22e en de 23e. Is goed.
- 12:49 uur: [medeverdachte 5] vraagt [medeverdachte 10] of hij 22 23 kan werken. [medeverdachte 10] laat het weten.
- 14:41 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 4] terug. [medeverdachte 4] was bij die ‘kleine’ en we hebben voor de kerst 22 23 voetbal. [persoon H] houdt er rekening mee en gaat het allemaal weer regelen.
- 20:59 uur: [medeverdachte 5] heeft de 22ste en 23ste weer dat andere werk. Dus de 22ste en 23ste is het dan bij hem maar hij zal even wat regelen want het zal niet weer gelijk weg zijn. Hij is dan bij haar in de avond, want die ander beneden is gewoon thuis. Hij denkt wel dat hij ’s nachts weg moet maar gaat wat regelen omdat het kerst is.
- 13:36 uur: [verdachte 2] meldt zijn vriendin dat hij volgende week weer veel geld heeft.
- 22:37 uur: [medeverdachte 5] moet ’s avonds terug want [medeverdachte 4] heeft avonddienst. [medeverdachte 5] moet rond twee uur ’s nachts thuis zijn. Na het werk op de 22e en 23e blijft het denkt hij drie dagen liggen. Ze weten dat zijn vriendin het weet dus ze mag ook bij [medeverdachte 5] komen slapen.
Getapte gesprekken d.d. 19 december 2015
- 10:09 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld door [medeverdachte 1] die dinsdag woensdag wil verplaatsen naar maandag dinsdag. Dat mag van [medeverdachte 3]. Het moet wel volgens [medeverdachte 1] omdat ze anders meer dan de helft moeten weggooien. Hij gaat het regelen maar wilde eerst even overleggen met [medeverdachte 3]. Sommigen zijn druk, weet [medeverdachte 1], maar dan is [medeverdachte 3] daar in ieder geval kwijt door [medeverdachte 1] en die bellen ze maar af. [medeverdachte 3] vindt het goed.
- 10:10 uur: [medeverdachte 1] geeft aan [persoon H] door dat het maandag/dinsdag wordt. [medeverdachte 1] denkt dat het lange dagen worden maar dat ze zoveel mogelijk man gaan neerzetten. Ze doen morgen boodschappen.
- 11:45 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 1] dat hij hem in een lastig parket heeft gebracht met de maandag en dinsdag. Het is kut dat ze geen B-locatie hebben voor als het een keer niet uitkomt. [medeverdachte 1] zegt dat ze daar ook zo snel mogelijk naar op zoek gaan.
- 12:24 uur: [medeverdachte 5] heeft net gehoord dat het maandag/dinsdag wordt, kan [medeverdachte 10] dan ook? [medeverdachte 10] moet maandag werken maar zal zich ziek melden. [medeverdachte 5] komt hem maandag zelfde tijd ophalen.
- 14:29 uur: [verdachte 2] belt [persoon D] en zegt dat ze maandag gaan voetballen. Maandag moet hij bij [verdachte 2] zijn.
- 14:49 uur: [medeverdachte 1] belt naar [medeverdachte 2] en zegt dat het niet dinsdag/woensdag is maar maandag/dinsdag.
- 14:55 uur: [medeverdachte 1] belt [verdachte 1]: zeg even tegen hem dat het maandag wordt, zodat hij daar zondag slaapt en dat ik maandagmorgen om kwart voor zes daar ben. Hij vraagt of [verdachte 1] dat even goed uitlegt. [verdachte 1] vraagt: maandag en dinsdag dan he allebei?
- 15:52 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 4] en zegt dat iedereen al weet dat het is omgezet van dinsdag naar maandag, behalve [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] moet zorgen dat hij maandag om 6 uur uit Duitsland terug is. [medeverdachte 4] is er dan niet en gaat het regelen met ‘die kleine’.
- 19:58 uur: [medeverdachte 3] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij het aan ‘de dikke’ heeft doorgegeven. [medeverdachte 1] bevestigt dit en zegt dat ze even gaan shoppen.
Getapte gesprekken d.d. 21 december 2015
- 04:46 uur: [medeverdachte 5] zegt tegen [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:37 uur: [medeverdachte 5] belt [persoon H] en zegt dat hij er is.
- 05:44 uur: [verdachte 2] vraagt waar [persoon D] is. Hij is er met vijf minuten.
- 06:44 uur: [medeverdachte 1] meldt [persoon H] dat hij er met vijf minuten is.
- 07:24 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1] dozen mee te nemen. Er staan er vier maar de flappen van de onderkant zijn kapot (07:30 uur).
- 08:49 uur: [medeverdachte 1] belt [persoon H] dat hij nu wat komt brengen.
- 11:01 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 1]. Hij dacht dat ze vandaag met de machine mochten werken. [persoon H] zegt dat ze nu vier uur verder zijn en net met de eerste klaar zijn, dus reken uit je winst.
- 13:17 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1] dat nummer drie net ligt.
- 13:49 uur: [medeverdachte 5] wordt gebeld door [medeverdachte 1] met de vraag hoe het gaat. Het duurt nog wel even, zijn al aan de derde. Hij zal hem op de hoogte houden.
- 14:15 uur: [medeverdachte 2] wordt gevraagd: hoeveel dozen al?
- 14:16 uur: [medeverdachte 2] antwoordt: Twee.
- 14:16 uur: [medeverdachte 2] wordt gevraagd: Broeit het erg?
- 14:18 uur: [medeverdachte 2] antwoordt: Nee, valt mee.
- 14:34 uur: [medeverdachte 1] belt [persoon H] om zo open te doen.
- 16:50 uur: [medeverdachte 5] laat [persoon H] desgevraagd weten nog twee uur nodig te hebben.
- 18:03 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1]: half uurtje.
- 18:04 uur: [medeverdachte 3] belt naar [persoon E] (*1564) en vraagt of hij zijn broertje even mag. [verdachte 2] komt aan de telefoon. Hij moet van [medeverdachte 3] het afval direct weggooien, niet laten liggen.
- 18:04 uur: [medeverdachte 1] deelt [verdachte 1] mee dat ze net een sms stuurt: een half uurtje nog. [verdachte 1] kan onderhand weer omdraaien.
- 18:14 uur: [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] deze kant op komt, ze heeft net gesms’t.
- 20:54 uur: [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 5] het is, thuis. [medeverdachte 5] is het niet, hij is nog in Amsterdam.
- 20:54 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld door [verdachte 1]. [medeverdachte 3] zegt dat [persoon C] er niet is, dus hij gaat even de oudste bellen.
- 20:55 uur: [medeverdachte 3] zegt tegen [verdachte 1] dat de oudste opnam en zei dat de politie er is. Ze zijn binnen want het alarm gaat ook. [medeverdachte 3] vraagt [verdachte 1] contact te houden met de oudste want hij is zelf niet in de buurt. [verdachte 1] gaat die oude wel even bellen dat hij ook langsrijdt. [medeverdachte 3] zegt dat ze het even onder controle moeten houden.
- 20:57 uur: [verdachte 1] belt [medeverdachte 1]. [verdachte 1] zegt: ze zijn binnen, het alarm gaat nu. De oudste zei het. [verdachte 1] gaat er even langsrijden om te kijken. Hij komt [medeverdachte 1] wel ophalen.
- 20:58 uur: [medeverdachte 3] belt met [medeverdachte 5] en zegt dat hij daar niet heen moet gaan. [medeverdachte 5] moet de Belg even bellen en naar hem toe gaan, want ze zijn binnen. [medeverdachte 5] weet wat hij bedoelt.
- 20:59 uur: [medeverdachte 3] zegt tegen [medeverdachte 1]: kikker is weg hè? [medeverdachte 1] heeft het net gehoord van die Belg. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] even langs die lange moet, dan is hij op de hoogte. Hij moet zeggen dat we contact opnemen. Dat gaat [medeverdachte 1] doen met die Belg. [medeverdachte 3] zegt dat ze beter even niet kunnen bellen.
- 21:08 uur: [verdachte 1] belt [medeverdachte 1], hij is er. [medeverdachte 1] komt eraan.
- 21:15 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] of hij al wat gehoord heeft. [medeverdachte 5] bevestigt dat en vraagt waar hij naar toe kan gaan. Hij kan [medeverdachte 1] laten weten als hij in de buurt is.
- 22:42 uur: [medeverdachte 1] sms’t [persoon H] dat hij hem even moet spreken. [persoon H] belt terug. [medeverdachte 1] moet hem even wat zeggen en is over tien minuten bij hem. Het is heel belangrijk anders belt [medeverdachte 1] niet.
- 23:00 uur: [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 1] of hij al geweest is. [medeverdachte 1] zegt dat ze daar geweest zijn. [medeverdachte 3] zegt dat ze bijna klaar zijn en dat hij naar [medeverdachte 1] toekomt om te overleggen hoe en wat. [medeverdachte 3] is ver weg en belt als hij terug is. [medeverdachte 3] zegt: maar voor morgen gaat gewoon door hoor.
Kamerstukken II,bij de Wijzigingswet van 1996 (24269, nr. 5, p. 9) worden onder meer de volgende behulpzaamheden genoemd die onder deze bepaling kunnen vallen: “de begeleiding tijdens de reis en het verlenen of verzorgen van onderdak en vervoer tijdens de reis”. Mensensmokkel is een voortdurend delict dat reeds is voltooid op het moment dat de illegale doorreis een aanvang heeft genomen.
NJ2018/52 (ECLI:NL:HR:2017:3195) is voor het zich wederrechtelijk verschaffen van toegang blijkens de delictsomschrijving in het bijzonder van belang dat de behulpzaamheid is voltooid, terwijl noch uit de delictsomschrijving, noch uit wetgeschiedenis volgt dat vereist is dat de vreemdeling zich daadwerkelijk toegang heeft verschaft tot een staat als bedoeld in artikel 197a Sr. Het hof overweegt dat de voltooide behulpzaamheidshandelingen van de verdachte en zijn mededaders zich uitstrekten tot het zich (wederrechtelijk) verschaffen van toegang van de vierentwintig vreemdelingen tot Groot-Brittannië.
“Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd”.
van het feit(onderstreping hof) uit het eerste lid (opmerking hof: het behulpzaam zijn bij de doorreis en toegang) levensgevaar is te duchten, de betreffende strafverzwarende omstandigheid aan de orde is. Het hof voegt hieraan toe dat de oversteek naar Groot-Brittannië weliswaar in juridische zin een onderdeel was van de doorreis en toegang, maar dat deze oversteek feitelijk de essentie van de reis was; juist voor dit deel van de reis hadden de vreemdelingen hulp nodig om hun doel te bereiken, namelijk om Groot-Brittannië binnen te komen.
levensgevaar” is opgenomen. Voorts neemt het hof voor de beoordeling hiervan aanvullend nog het volgende in aanmerking.
[verdachte 1]had een grote rol in het mensensmokkelincident. Hij heeft samen met een medeverdachte de reddingsvesten opgehaald en heeft samen met in ieder geval [medeverdachte 1] bemoeienis gehad met het onderhoud aan de boot en/of de aanschaf van aan de boot gerelateerde zaken. Voorts heeft hij samen met [medeverdachte 1] de boot van Huizen naar IJmuiden gevaren en samen met [medeverdachte 1] vreemdelingen naar de woning aan het [straatnaam pand D] te Huizen gebracht. In overleg met onder meer [verdachte 1] hebben in ieder geval [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte 2] vreemdelingen van het [straatnaam pand D] naar de haven en uiteindelijk naar de Moses Agga gebracht. [verdachte 1] was in dit verband ook aanwezig in de haven. In de hennepzaak heeft [verdachte 1] samen met [medeverdachte 1] de zolderverdieping van het door [medeverdachte 1] gehuurde pand aan de [straatnaam pand B] te Bussum ingericht als hennepdrogerij, en droeg hij samen met [medeverdachte 1] zorg voor het organiseren van de knippers en van de hennep en het hennepafval. Daarnaast werd in een door [verdachte 1] gehuurde loods aan de [straatnaam pand C] te Huizen een hennepkwekerij aangetroffen.
1.hij in de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,
2.2.hij op tijdstippen in de periode van 02 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bewerkt, verwerkt, en/of vervoerd,
3.hij in de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
verklaring van de deskundige R.H.A. van Dijk, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2019.
verklaring van de deskundige K. Coers, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 22 mei 2019.
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 15 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren C. Hottentot en M.W.H. van Ginkel (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 87).
[vreemdeling A.7]:
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 15 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren J. Temizkan en M. van Hout (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 93-94).
[vreemdeling A.1]:
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 16 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren H.D.R. Dunsbergen en R. Nonkes (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 97).
[vreemdeling A.9]:
proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissarisd.d. 2 februari 2016, opgemaakt door mr. C.A. Boom, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland, met RC-nummers: 15/1980 en 15/1979.
getuige [vreemdeling V.11]:
gevangenisstrafvoor de duur van
54 (vierenvijftig) maanden.