Uitspraak
1.primair:hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
2.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,
3.hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- de telefoonnummers eindigend op *5722 en *6997 zendmasten bij elkaar in de omgeving aanstralen. Als voorbeelden staan genoemd momenten op: 14, 15,18, 21, 22, 23 en 31 juli 2015 alsmede 8 en 11 augustus 2015;
- de telefoonnummers eindigend op *5722 en *6997 veelvuldig gebruikmaken van een zendmast in de omgeving van het adres van de verdachte aan de Distelmeent 24 te Hilversum;
- de telefoonnummers eindigend op *5722 en *5709 zendmasten bij elkaar in de omgeving gebruiken. Als voorbeelden staan genoemd momenten op: 10 en 27 juli 2015 alsmede 12 en 15 augustus 2015;
- het telefoonnummer eindigend op *5709 veelvuldig gebruikmaakt van een zendmast in de omgeving van het adres van de verdachte;
- de telefoonnummers eindigend op *5722, *6997 en *5709 zendmasten in elkaars omgeving gebruiken. Als voorbeelden staan genoemd momenten op: 15, 21, 22, 23 en 24 juli 2015 alsmede 11 augustus 2015.
“maatje [telefoonnummer eindigend op *5709] komt ze ophalen.”
appsmet betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de Moses Agga wordt gevaren, en foto’s van de Moses Agga van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die [medeverdachte 8] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [medeverdachte 9] en de getuige [getuige B] (‘[getuige B]’) en tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]. Op 10 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij de getuige [getuige B] dat hij met [medeverdachte 8] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [medeverdachte 9] de getuige [getuige B] ten slotte om 01:47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [medeverdachte 8] volgt dat [medeverdachte 8] op 11 augustus 2015 een ‘Boating Europa’-navigatie is gaan halen. [medeverdachte 8] vraagt [medeverdachte 9] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [medeverdachte 8] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.
Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in beslag genomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de Moses Agga aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [medeverdachte 8].
[medeverdachte 8]@hotmail.comen foto’s van [medeverdachte 8], ook samen met [medeverdachte 9].
www.funda.nl) is gebleken dat de woning beschikt over een inpandige garage met een deur naar de woning. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat op het adres [straatnaam pand D] te Huizen [medeverdachte 5] de mensen opving en hen te eten en te drinken gaf. De mensen hebben overal in het huis gezeten. Er waren Aziaten, maar ook Europeanen; [medeverdachte 1] denkt uit de buurt van Bulgarije of Kosovo. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij, de verdachte [verdachte 1] en [medeverdachte 5] wisten dat de vreemdelingen op het adres [straatnaam pand D] te Huizen verbleven. Dat wisten de volgende dag ook degenen die de vreemdelingen moesten ophalen: [medeverdachte 2], [verdachte 2] en nog een onbekend gebleven jongen. Uit telecomonderzoek is gebleken dat de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij de verdachten [medeverdachte 1], de verdachte [verdachte 1], [medeverdachte 5] en [verdachte 2] op 14 en 15 augustus 2015 zendmasten in de directe omgeving van [straatnaam pand D] te Huizen hebben aangestraald.
- 18:58 uur: [verdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij die blauwe dingen al in de auto heeft gezet of daarheen heeft meegenomen en wie de Expert heeft. [medeverdachte 1] gaat het dadelijk doen met de jongens en gebruikt de andere auto.
- 20:59 uur: [medeverdachte 1] vraagt [verdachte 1] wie de sleutel van de Expert heeft, hij ziet de Doblo nergens. [persoon C] heeft de sleutel van de Expert. [persoon C] heeft [verdachte 1] afgezet en heeft morgenochtend de auto nodig. Misschien heeft de jongste de Doblo.
- 21:01 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] of hij de sleutel van de Expert heeft en of hij weet waar de Doblo is. [medeverdachte 5] heeft de sleutel van de Expert en denkt dat de kleinste de Doblo heeft. [medeverdachte 1] belt vervolgens [verdachte 2] (‘de jongste’) en [medeverdachte 3] (‘de kleine’) met de vraag of zij weten waar de Doblo staat.
- 05:08 uur: [medeverdachte 5] meldt [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:12 uur: [medeverdachte 5] sms’t dat hij nu met [medeverdachte 10] gaat beginnen.
- 05:55: [verdachte 2] wordt gebeld door [persoon D] die er bijna is. [verdachte 2] gaat alvast naar beneden.
- 06:45 uur: [medeverdachte 1] belt met [persoon H] dat zij er met een minuutje zijn.
- 07:02 uur: [medeverdachte 1] vraagt [verdachte 1] de deur beneden open te doen.
- 09:51 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] of het te doen is en of ze om drie uur klaar is. [medeverdachte 2] denkt een uur of zeven à acht. Ze zal het doorgeven.
- 16:48 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] hoever ze nu zijn. [medeverdachte 2] zegt dat de vijfde nu net ligt.
- 18:22 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 4] of hij boven een paar van die grote lege tassen voor hen wil pakken, zij komen zo naar hem toe.
- 19:13 uur: [medeverdachte 1] geeft door aan [persoon H] dat hij binnen vijf minuten bij ‘N’ is.
- 20:20 uur: [medeverdachte 1] meldt [medeverdachte 4] dat ze er bijna zijn.
Getapte gesprekken d.d. 4 december 2015
- 05:12 uur: [medeverdachte 5] meldt [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:54 uur: [verdachte 2] wordt gebeld door [persoon D] die er bijna is. [verdachte 2] moet die tas met kleding niet vergeten.
- 06:43 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat hij er over vijf minuten is.
- 11:16 uur: [medeverdachte 2] antwoordt [medeverdachte 4] dat het goed gaat, nog iets meer dan 2.5 pot.
- 11:21 uur: [medeverdachte 3] vraagt [persoon H] of het goed gaat. Het gaat snel, ze zijn al met de 4e bezig. [medeverdachte 3] vraagt [persoon H] door te geven dat ze pas mogen omkleden en weggaan als alles opgeruimd is.
- 12:42 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat hij er zo is.
- 12:44 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 3] of de jongelui waar hij nu naar toe rijdt pizza kunnen eten. [medeverdachte 3] zegt: doe maar, ze hebben gisteren ook een lange dag gehad.
- 12:46 uur: [medeverdachte 4] vraagt [medeverdachte 2] hoe lang zij nog denkt en of ze vier of vijf potten hadden. Ze zijn zo snel klaar. Hij zegt ook dat ze goed moeten schoonmaken en dat ze dat moet doorgeven.
- 14:50 uur: [medeverdachte 2] laat [medeverdachte 4] weten dat ze over een half uurtje klaar zijn.
- 15:21 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 2] om tegen de jongste te zeggen dat hij zo met hem mee moet.
- 15:42 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 4] dat hij er nu aankomt.
- 16:02 uur: [medeverdachte 1] zegt tegen [persoon H] dat al die vuilniszakken met vuil er nog liggen en dat die ook weg moeten. Ook de dozen met oude schoenentroep. Hij vraagt hem alles in een grote vuilniszak te stoppen. Ze pikken die vanavond of morgen op. [persoon H] zet de zak klaar.
- 16:34 uur: [medeverdachte 5] belt [persoon H] en vraagt hoe laat hij bij hem kan zijn voor die zak. Hij zal een stofzuiger meenemen die daar ook kan blijven staan.
- 17:15 uur: [medeverdachte 4] vraagt [medeverdachte 3] of hij het goed vindt dat hij met [persoon C] en anderen naar Amsterdam gaat. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is.
Getapte gesprekken d.d. 5 december 2015
- 12:48 uur: [medeverdachte 1] wordt gebeld door [verdachte 1] met de vraag of 22 en 23 zeker is. [medeverdachte 1] bevestigt dat: dat hebben we besloten toch? [verdachte 1] zegt dat dan iedereen kan gaan plannen en rond bellen.
- 12:48 uur: [medeverdachte 4] zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij haar nodig heeft de 22e en de 23e. Is goed.
- 12:49 uur: [medeverdachte 5] vraagt [medeverdachte 10] of hij 22 23 kan werken. [medeverdachte 10] laat het weten.
- 14:41 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 4] terug. [medeverdachte 4] was bij die ‘kleine’ en we hebben voor de kerst 22 23 voetbal. [persoon H] houdt er rekening mee en gaat het allemaal weer regelen.
- 20:59 uur: [medeverdachte 5] heeft de 22ste en 23ste weer dat andere werk. Dus de 22ste en 23ste is het dan bij hem maar hij zal even wat regelen want het zal niet weer gelijk weg zijn. Hij is dan bij haar in de avond, want die ander beneden is gewoon thuis. Hij denkt wel dat hij ’s nachts weg moet maar gaat wat regelen omdat het kerst is.
- 13:36 uur: [verdachte 2] meldt zijn vriendin dat hij volgende week weer veel geld heeft.
- 22:37 uur: [medeverdachte 5] moet ’s avonds terug want [medeverdachte 4] heeft avonddienst. [medeverdachte 5] moet rond twee uur ’s nachts thuis zijn. Na het werk op de 22e en 23e blijft het denkt hij drie dagen liggen. Ze weten dat zijn vriendin het weet dus ze mag ook bij [medeverdachte 5] komen slapen.
Getapte gesprekken d.d. 19 december 2015
- 10:09 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld door [medeverdachte 1] die dinsdag woensdag wil verplaatsen naar maandag dinsdag. Dat mag van [medeverdachte 3]. Het moet wel volgens [medeverdachte 1] omdat ze anders meer dan de helft moeten weggooien. Hij gaat het regelen maar wilde eerst even overleggen met [medeverdachte 3]. Sommigen zijn druk, weet [medeverdachte 1], maar dan is [medeverdachte 3] daar in ieder geval kwijt door [medeverdachte 1] en die bellen ze maar af. [medeverdachte 3] vindt het goed.
- 10:10 uur: [medeverdachte 1] geeft aan [persoon H] door dat het maandag/dinsdag wordt. [medeverdachte 1] denkt dat het lange dagen worden maar dat ze zoveel mogelijk man gaan neerzetten. Ze doen morgen boodschappen.
- 11:45 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 1] dat hij hem in een lastig parket heeft gebracht met de maandag en dinsdag. Het is kut dat ze geen B-locatie hebben voor als het een keer niet uitkomt. [medeverdachte 1] zegt dat ze daar ook zo snel mogelijk naar op zoek gaan.
- 12:24 uur: [medeverdachte 5] heeft net gehoord dat het maandag/dinsdag wordt, kan [medeverdachte 10] dan ook? [medeverdachte 10] moet maandag werken maar zal zich ziek melden. [medeverdachte 5] komt hem maandag zelfde tijd ophalen.
- 14:29 uur: [verdachte 2] belt [persoon D] en zegt dat ze maandag gaan voetballen. Maandag moet hij bij [verdachte 2] zijn.
- 14:49 uur: [medeverdachte 1] belt naar [medeverdachte 2] en zegt dat het niet dinsdag/woensdag is maar maandag/dinsdag.
- 14:55 uur: [medeverdachte 1] belt [verdachte 1]: zeg even tegen hem dat het maandag wordt, zodat hij daar zondag slaapt en dat ik maandagmorgen om kwart voor zes daar ben. Hij vraagt of [verdachte 1] dat even goed uitlegt. [verdachte 1] vraagt: maandag en dinsdag dan he allebei?
- 15:52 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 4] en zegt dat iedereen al weet dat het is omgezet van dinsdag naar maandag, behalve [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] moet zorgen dat hij maandag om 6 uur uit Duitsland terug is. [medeverdachte 4] is er dan niet en gaat het regelen met ‘die kleine’.
- 19:58 uur: [medeverdachte 3] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij het aan ‘de dikke’ heeft doorgegeven. [medeverdachte 1] bevestigt dit en zegt dat ze even gaan shoppen.
Getapte gesprekken d.d. 21 december 2015
- 04:46 uur: [medeverdachte 5] zegt tegen [medeverdachte 10] dat hij er is.
- 05:37 uur: [medeverdachte 5] belt [persoon H] en zegt dat hij er is.
- 05:44 uur: [verdachte 2] vraagt waar [persoon D] is. Hij is er met vijf minuten.
- 06:44 uur: [medeverdachte 1] meldt [persoon H] dat hij er met vijf minuten is.
- 07:24 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1] dozen mee te nemen. Er staan er vier maar de flappen van de onderkant zijn kapot (07:30 uur).
- 08:49 uur: [medeverdachte 1] belt [persoon H] dat hij nu wat komt brengen.
- 11:01 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 1]. Hij dacht dat ze vandaag met de machine mochten werken. [persoon H] zegt dat ze nu vier uur verder zijn en net met de eerste klaar zijn, dus reken uit je winst.
- 13:17 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1] dat nummer drie net ligt.
- 13:49 uur: [medeverdachte 5] wordt gebeld door [medeverdachte 1] met de vraag hoe het gaat. Het duurt nog wel even, zijn al aan de derde. Hij zal hem op de hoogte houden.
- 14:15 uur: [medeverdachte 2] wordt gevraagd: hoeveel dozen al?
- 14:16 uur: [medeverdachte 2] antwoordt: Twee.
- 14:16 uur: [medeverdachte 2] wordt gevraagd: Broeit het erg?
- 14:18 uur: [medeverdachte 2] antwoordt: Nee, valt mee.
- 14:34 uur: [medeverdachte 1] belt [persoon H] om zo open te doen.
- 16:50 uur: [medeverdachte 5] laat [persoon H] desgevraagd weten nog twee uur nodig te hebben.
- 18:03 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1]: half uurtje.
- 18:04 uur: [medeverdachte 3] belt naar [persoon E] (*1564) en vraagt of hij zijn broertje even mag. [verdachte 2] komt aan de telefoon. Hij moet van [medeverdachte 3] het afval direct weggooien, niet laten liggen.
- 18:04 uur: [medeverdachte 1] deelt [verdachte 1] mee dat ze net een sms stuurt: een half uurtje nog. [verdachte 1] kan onderhand weer omdraaien.
- 18:14 uur: [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] deze kant op komt, ze heeft net gesms’t.
- 20:54 uur: [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 5] het is, thuis. [medeverdachte 5] is het niet, hij is nog in Amsterdam.
- 20:54 uur: [medeverdachte 3] wordt gebeld door [verdachte 1]. [medeverdachte 3] zegt dat [persoon C] er niet is, dus hij gaat even de oudste bellen.
- 20:55 uur: [medeverdachte 3] zegt tegen [verdachte 1] dat de oudste opnam en zei dat de politie er is. Ze zijn binnen want het alarm gaat ook. [medeverdachte 3] vraagt [verdachte 1] contact te houden met de oudste want hij is zelf niet in de buurt. [verdachte 1] gaat die oude wel even bellen dat hij ook langsrijdt. [medeverdachte 3] zegt dat ze het even onder controle moeten houden.
- 20:57 uur: [verdachte 1] belt [medeverdachte 1]. [verdachte 1] zegt: ze zijn binnen, het alarm gaat nu. De oudste zei het. [verdachte 1] gaat er even langsrijden om te kijken. Hij komt [medeverdachte 1] wel ophalen.
- 20:58 uur: [medeverdachte 3] belt met [medeverdachte 5] en zegt dat hij daar niet heen moet gaan. [medeverdachte 5] moet de Belg even bellen en naar hem toe gaan, want ze zijn binnen. [medeverdachte 5] weet wat hij bedoelt.
- 20:59 uur: [medeverdachte 3] zegt tegen [medeverdachte 1]: kikker is weg hè? [medeverdachte 1] heeft het net gehoord van die Belg. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] even langs die lange moet, dan is hij op de hoogte. Hij moet zeggen dat we contact opnemen. Dat gaat [medeverdachte 1] doen met die Belg. [medeverdachte 3] zegt dat ze beter even niet kunnen bellen.
- 21:08 uur: [verdachte 1] belt [medeverdachte 1], hij is er. [medeverdachte 1] komt eraan.
- 21:15 uur: [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] of hij al wat gehoord heeft. [medeverdachte 5] bevestigt dat en vraagt waar hij naar toe kan gaan. Hij kan [medeverdachte 1] laten weten als hij in de buurt is.
- 22:42 uur: [medeverdachte 1] sms’t [persoon H] dat hij hem even moet spreken. [persoon H] belt terug. [medeverdachte 1] moet hem even wat zeggen en is over tien minuten bij hem. Het is heel belangrijk anders belt [medeverdachte 1] niet.
- 23:00 uur: [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 1] of hij al geweest is. [medeverdachte 1] zegt dat ze daar geweest zijn. [medeverdachte 3] zegt dat ze bijna klaar zijn en dat hij naar [medeverdachte 1] toekomt om te overleggen hoe en wat. [medeverdachte 3] is ver weg en belt als hij terug is. [medeverdachte 3] zegt: maar voor morgen gaat gewoon door hoor.
- 00:14 uur: [medeverdachte 1] meldt [medeverdachte 2] dat het morgen niet door gaat.
- 00:16 uur: [medeverdachte 3] deelt [persoon E] mee dat het werk morgen niet door gaat. Voor niemand. [persoon E] vraagt: wat gaan we doen dan? Gewoon op kantoor, antwoordt [medeverdachte 3], we zijn om 9.00 uur op kantoor.
- 00:16 uur: [medeverdachte 1] sms’t [persoon H] dat hij morgen kan uitslapen. Hij komt morgen om 8.30 uur wel langs.
- 00:19 uur: [medeverdachte 5] sms’t [medeverdachte 10]: vandaag geen werk.
- 00.30 uur: [persoon H] belt met [medeverdachte 1] die hem aan het werk gaat zetten. Hij moet die ene waar de rommel in zit dichtmaken, een blauwe zak omheen doen en achterin de auto gooien. Dan pik je de Belg op morgenochtend en dan kan [persoon H] dat gelijk wegbrengen. [persoon H] vraagt of [medeverdachte 1] al meer weet. Ze zijn direct voor boven gekomen met een bevel. [medeverdachte 1] zegt dat hij moet zorgen dat hij morgen voor 8.00 uur de rommel in de auto heeft. [persoon H] wil het nu meteen doen. Hij heeft een auto die verder niet bij hem geregistreerd staat, dus hij kan het daarin flikkeren en de auto twee straten verderop parkeren. [medeverdachte 1] zegt: ok maar laat dan wel even weten als je het hebt gedaan. Het gaat dus puur om die volle en de rommel er omheen. [persoon H] gaat het meteen doen en belt zo terug.
- 00:46 uur: [persoon H] vraag [medeverdachte 1] of die speciaal gemaakte zakken daar ook zijn gevonden. Dat denkt [medeverdachte 1] wel. [persoon H] zal ze dan niet weggooien maar wel weghalen.
- 01:24 uur: [persoon H] pikt [medeverdachte 1] even op om mee te rijden.
- 08:44 uur: [persoon H] belt [verdachte 1] dat hij hem moest ophalen. Hij zegt tegen [verdachte 1] dat hij zijn auto juist ergens vol heeft neergezet. Die staat niet meer bij hem. Hij heeft hem vannacht nog weggereden samen met die ouwe.
- 12:58 uur: [persoon H] vraagt [verdachte 1] of hij nog bij de kleine is. [verdachte 1] bevestigt en vraagt of [persoon H] hem nodig heeft. [persoon H] vraagt of hij al weet hoe of wat. [verdachte 1] zegt dat ze dat juist aan het bespreken zijn.
- 13:49 uur: [medeverdachte 5] geeft aan [medeverdachte 10] door dat hij straks hoort of het weer op dezelfde plek is of op een andere plek.
- 16:30 uur: [medeverdachte 3] neemt het toestel van [verdachte 1] op die wordt gebeld door [persoon H]. [persoon H] vraagt waar de Belg is gebleven. [medeverdachte 3] zegt dat hij ermee bezig is om het ergens anders te doen voor morgen. Als dat niet kan dan doen ze het met weinig man daar op een andere manier, met een machine.
- 19:09 uur: [medeverdachte 3] vraagt [persoon E] of hij morgenvroeg wel kan. [medeverdachte 3] bevestigt dat het is waar ze gisteren zaten.
- 19:30 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 3] en zegt dat ze bij hun grote vriend aan de deur zijn geweest. Ze komen morgen terug zegt de dikke. Dat wordt dus een nieuw plan.
- 20:33 uur: [persoon H] belt [medeverdachte 1] dat hij het echt niet ziet zitten.
- 20:56 uur: [medeverdachte 3] zal [medeverdachte 1] bij de Belg ophalen en dan gaan ze even naar “Joepie”.
- 21:47 uur: [medeverdachte 1] laat aan [persoon H] weten dat hij en hun kleine vriend zijn kant opkomen.
- 21:50 uur: [medeverdachte 3] laat [persoon E] weten dat hij om kwart voor zes naar hem moet gaan en niet daarheen. Hij zal daar dan om kwart voor zes door die oude of zo worden opgehaald.
- 22:09 uur: [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 2] morgen om half zes bij hem kan zijn. [medeverdachte 2] zal er zijn.
Getapte gesprekken d.d. 23 december 2015
- 05:26 uur: [medeverdachte 2] meldt [medeverdachte 1] dat ze er is.
- 05:48 uur: [medeverdachte 1] meldt [medeverdachte 3] dat die ene te laat was.
- 05:59 uur: [medeverdachte 3] stuurt [medeverdachte 1] het telefoonnummer [telefoonnummer eindigend op *1564], welk nummer in gebruik is bij [persoon E].
- 05:51 uur: [medeverdachte 1] pikt [persoon E] met een half uurtje op.
- 08:33 uur: [medeverdachte 1] belt [verdachte 1] en zegt dat ze “op de dinge” bezig zijn, met drie en dat het veel te weinig man is. [verdachte 1] zegt dat ze het toch met de machine doen. Die moest [medeverdachte 1] eerst weer maken. [verdachte 1] vraagt of [medeverdachte 1] alle lampen en zo wel heeft uitgedaan boven. [medeverdachte 1] ziet [verdachte 1] zo wel even.
- 10:40 uur: [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] of het goed gaat. [medeverdachte 2] zegt dat ze over de helft zijn. [medeverdachte 1]: dus het gaat goed met dat ding.
- 11:47 uur: [medeverdachte 2] zegt dat het lekker gaat. [medeverdachte 1] is met een kwartiertje bij hen.
- 13:04 uur: [medeverdachte 1] zit naast de Belg die hem bij [medeverdachte 3] afzet. [medeverdachte 3] haalt [medeverdachte 1] wel op bij de kerk.
- 13:35 uur: [medeverdachte 2] sms’t [medeverdachte 1] dat de laatste er nu uit gaat.
- 14:31 uur: [medeverdachte 2] belt [medeverdachte 1]: politie voor de deur.
- 14:55 uur: [medeverdachte 1] belt [medeverdachte 3]: klaar, klaar. [medeverdachte 3]: Ok, nu. [medeverdachte 1] zegt om 17.13 uur tegen [persoon H]: doe maar weg.
Kamerstukken II,bij de Wijzigingswet van 1996 (24269, nr. 5, p. 9) worden onder meer de volgende behulpzaamheden genoemd die onder deze bepaling kunnen vallen: “de begeleiding tijdens de reis en het verlenen of verzorgen van onderdak en vervoer tijdens de reis”. Mensensmokkel is een voortdurend delict dat reeds is voltooid op het moment dat de illegale doorreis een aanvang heeft genomen.
NJ2018/52 (ECLI:NL:HR:2017:3195) is voor het zich wederrechtelijk verschaffen van toegang blijkens de delictsomschrijving in het bijzonder van belang dat de behulpzaamheid is voltooid, terwijl noch uit de delictsomschrijving, noch uit wetgeschiedenis volgt dat vereist is dat de vreemdeling zich daadwerkelijk toegang heeft verschaft tot een staat als bedoeld in artikel 197a Sr. Het hof overweegt dat de voltooide behulpzaamheidshandelingen van de verdachte en zijn mededaders zich uitstrekten tot het zich (wederrechtelijk) verschaffen van toegang van de vierentwintig vreemdelingen tot Groot-Brittannië.
“Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd”.
van het feit(onderstreping hof) uit het eerste lid (opmerking hof: het behulpzaam zijn bij de doorreis en toegang) levensgevaar is te duchten, de betreffende strafverzwarende omstandigheid aan de orde is. Het hof voegt hieraan toe dat de oversteek naar Groot-Brittannië weliswaar in juridische zin een onderdeel was van de doorreis en toegang, maar dat deze oversteek feitelijk de essentie van de reis was; juist voor dit deel van de reis hadden de vreemdelingen hulp nodig om hun doel te bereiken, namelijk om Groot-Brittannië binnen te komen.
levensgevaar” is opgenomen. Voorts neemt het hof voor de beoordeling hiervan aanvullend nog het volgende in aanmerking. Uit de rapportages van de deskundigen Coers en Van Dijk volgt dat het volstrekt onverantwoord was met het gebrekkige zeiljacht de Moses Agga de oversteek naar Engeland te maken. Zelfs met een goed getrainde bemanning acht de deskundige Coers de kans op schipbreuk bijzonder groot. Naast de gebrekkige technische staat van het zeiljacht is ook gewezen op de beperkte reddingsmiddelen; er waren zwemvesten aan boord die niet geschikt waren voor gebruik op open zee en er waren geen mogelijkheden tot het geven van noodsignalen. Dit, terwijl de deskundigen Van Dijk en Coers ter zitting in hoger beroep hebben verklaard dat, indien een boot voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, zoals hier het geval was, het verplicht is over een systeem te beschikken dat noodsignalen kan afgeven. Dat zou ook een mobiel systeem kunnen zijn waarbij Van Dijk heeft aangegeven dat een dergelijk systeem vooraf goedgekeurd dient te zijn. Coers heeft aangegeven geen vast noodsignalensysteem aan boord van de Moses Agga te hebben aangetroffen en evenmin waren er op dat moment pyrotechnische seinmiddelen aanwezig. Het hof stelt vast dat, als dergelijke mobiele noodsignalen ten tijde van het onderhavige feit al aanwezig waren op de Moses Agga, in ieder geval gesteld noch gebleken is dat dergelijke apparatuur vooraf was goedgekeurd.
1.hij in de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,
2.hij op tijdstippen in de periode van 02 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bewerkt, verwerkt, en/of vervoerd,
3.hij in de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
verklaring van de deskundige R.H.A. van Dijk, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2019.
verklaring van de deskundige K. Coers, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 22 mei 2019.
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 15 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren C. Hottentot en M.W.H. van Ginkel (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 87).
[vreemdeling A.7]:
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 15 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren J. Temizkan en M. van Hout (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 93-94).
[vreemdeling A.1]:
proces-verbaal van verhoor getuigemet proces-verbaalnummer PL27WN/15-069106 van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Noord-Holland, d.d. 16 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren H.D.R. Dunsbergen en R. Nonkes (map 4, C1 zaaksdossier 3, pag. 97).
[vreemdeling A.9]:
proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissarisd.d. 2 februari 2016, opgemaakt door mr. C.A. Boom, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland, met RC-nummers: 15/1980 en 15/1979.
getuige [vreemdeling V.11]:
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 mei 2019.
gevangenisstrafvoor de duur van
72 (tweeënzeventig) maanden.