ECLI:NL:GHAMS:2019:1985
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige na echtscheiding ouders
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun minderjarige kind na echtscheiding. De moeder woont met het kind in Nederland, de vader in Engeland. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling voor de vader.
De vader ging in hoger beroep en verzocht de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen, stellende dat dit in het belang van het kind is vanwege taal, continuïteit en contact met beide ouders. De moeder betoogde dat zij de meest geschikte hoofdverzorger is, met betere beschikbaarheid en financiële situatie.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de hoofdverblijfplaats bij de vader te plaatsen, mede omdat hij meer ruimte biedt voor contact met de moeder. Het hof oordeelde dat het belang van het kind bij goed contact en continuïteit op lange termijn het meest wordt gediend met hoofdverblijfplaats bij de vader, ondanks de korte termijn verstoring.
De zorgregeling werd aangepast: de moeder heeft drie weekenden per vier weken zorg, de vader twee weekenden en negen vakantieweken per jaar. De reiskosten worden verdeeld conform de zorgweekenden. Daarnaast is een dagelijkse Skype-contactregeling van 10-15 minuten vastgesteld om het contact tussen het kind en de niet-verzorgende ouder te waarborgen.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de hoofdverblijfplaats en zorgregeling betrof en stelde de nieuwe regeling vast met ingang van 1 augustus 2019, waarbij het belang van het kind en de praktische uitvoerbaarheid centraal stonden.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld met een zorgregeling voor de moeder en een dagelijkse Skype-contactregeling.