ECLI:NL:GHAMS:2019:2238

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2019
Publicatiedatum
3 juli 2019
Zaaknummer
200.255.230/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 283 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot onderzoek en onmiddellijke voorzieningen na intrekking verzoek

Verzoekster [A] heeft de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van N&I Professional Services vanaf eind 2017, met onmiddellijke voorzieningen waaronder schorsing van Gemakri Beheer als bestuurder en overdracht van aandelen aan een beheerder. Verweerster N&I Professional Services en belanghebbende Gemakri Beheer hebben verweer gevoerd en primair niet-ontvankelijkheid gevorderd.

Tijdens de zitting op 2 mei 2019 hebben partijen hun standpunten toegelicht en gezamenlijk verzocht de beslissing aan te houden om een minnelijke regeling te proberen. Op 24 juni 2019 heeft verzoekster haar verzoek ingetrokken met een aanbod tot vergoeding van proceskosten conform het liquidatietarief. Verweerster en belanghebbende stelden dat intrekking niet vrij stond en dat sprake was van misbruik van procesrecht, en vorderden vergoeding van werkelijke kosten.

De Ondernemingskamer oordeelt dat verzoekster bevoegd was haar verzoek in te trekken zonder toestemming van de wederpartijen, waardoor zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek. Het verzoek behoeft geen inhoudelijke beoordeling meer. De kosten worden vergoed conform het liquidatietarief, terwijl het verzoek tot vergoeding van werkelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van misbruik van procesrecht.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek en veroordeeld in de proceskosten conform liquidatietarief.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.255.230/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 juli 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. F.L. van den Boomgaarden
mr. J.M.J. Arts, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
N&I PROFESSIONAL SERVICES B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. P.A.J. Peeters, kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GEMAKRI BEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. P.A.J. Peeters, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid met [A] , N&I Professional Services en Gemakri Beheer.
1.2
[A] heeft bij op 26 februari 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van N&I Professional Services over de periode vanaf eind 2017. Daarbij heeft zij tevens verzocht - zakelijk weergegeven - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Gemakri Beheer te schorsen als bestuurder van N&I Professional Services en de aandelen gehouden door Gemakri Beheer in het kapitaal van N&I Professional Services over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder, dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht, alsmede om N&I Professional Services te veroordelen in de kosten van het geding.
1.3
N&I Professional Services en Gemakri Beheer hebben bij op 8 maart 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met een productie de Ondernemingskamer verzocht [A] niet ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel dit verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad.
1.4
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 mei 2019. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, wat mr. Van den Boomgaard betreft aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en onder overlegging van een op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere productie. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Partijen hebben de Ondernemingskamer gezamenlijk verzocht een beslissing op het verzoek aan te houden om te trachten een minnelijke regeling tot stand te brengen.
1.5
Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 24 juni 2019 heeft mr. Van den Boomgaard namens [A] de Ondernemingskamer geïnformeerd dat partijen geen minnelijke regeling hebben bereikt, maar dat [A] desondanks haar verzoek intrekt onder gelijktijdige aanbieding van een vergoeding van de proceskosten conform het liquidatietarief.
1.6
Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 1 juli 2019 heeft mr. Peeters primair het standpunt ingenomen dat het [A] niet vrijstaat haar verzoek in te trekken en dat het in het belang van N&I Professional Services en Gemakri Beheer is dat het verzoek tot het gelasten van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen wordt toegewezen. Namens Gemakri Beheer en N&I Professional Services heeft hij daarbij hun verweer ingetrokken. Subsidiair verzoekt Gemakri Beheer de Ondernemingskamer [A] te veroordelen in de werkelijke kosten, zijnde een bedrag van € 13.115,66. Gemakri Beheer heeft daartoe aangevoerd dat [A] met het indienen van het verzoekschrift misbruik van procesrecht heeft gemaakt. [A] heeft haar verzoek immers ingetrokken nadat haar te kennen was gegeven dat het verweer zou worden ingetrokken; daaruit blijkt dat zij nooit heeft gewild dat haar verzoek zou worden toegewezen en dat zij de procedure slechts als drukmiddel heeft gebruikt.
1.7
Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 2 juli 2019 heeft mr. Van den Boomgaard verweer gevoerd tegen de door Gemakri Beheer en N&I Professional Services ingenomen standpunten; de intrekking van het verzoek is volgens hem gelegen in het feit dat de financiële situatie van de vennootschap het inmiddels niet meer toelaat een onderzoeker en onmiddellijke voorzieningen te bekostigen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
[A] heeft haar verzoek tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van N&I Professional Services en het treffen van onmiddellijke voorzieningen ingetrokken. Nu de Ondernemingskamer nog geen eindbeschikking heeft gegeven, is [A] op de voet van artikel 283 Rv Pro bevoegd het verzoek in te trekken zonder dat zij daartoe de toestemming van N&I Professional Services en Gemakri Beheer nodig heeft. Dit betekent dat dit verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar verzoek tot het gelasten van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij N&I Professional Services.
2.2
Met betrekking tot de proceskosten oordeelt de Ondernemingskamer als volgt. Nu het verzoek door [A] is ingetrokken, zal de Ondernemingskamer [A] veroordelen in de kosten van het geding aan de zijde van N&I Professional Services en Gemakri Beheer conform het gebruikelijke liquidatietarief. Het verzoek van Gemakri Beheer om in afwijking daarvan [A] te veroordelen in de werkelijke kosten wordt afgewezen, nu hetgeen Gemakri Beheer daartoe heeft aangevoerd onvoldoende is om te concluderen dat het indienen van het verzoek moet worden aangemerkt als misbruik van recht.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verklaart [A] niet ontvankelijk in haar verzoek;
veroordeelt [A] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van N&I Professional Services B.V. en Gemakri Beheer B.V. begroot op € 3.963;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. H.J. Vetter, raadsheren, prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wolfs op 3 juli 2019.