Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een getuige tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van haar gijzeling en afwijzing van ontslag uit gijzeling. De getuige stelde dat zij wel wil verklaren, maar niet kan zolang zij de geluidsopnamen van gesprekken met een derde niet heeft kunnen beluisteren.
Het hof constateerde dat onduidelijk is waarom de getuige deze opnamen niet heeft kunnen beluisteren en achtte zich onvoldoende geïnformeerd om te beoordelen of sprake is van een weigerachtige getuige. Daarom besloot het hof de behandeling van het hoger beroep aan te houden voor één week om duidelijkheid te verkrijgen van de rechter-commissaris over het uitluisteren van de opnamen.
Afhankelijk van de beantwoording van de vragen en eventueel nader verhoor kan het hof later beoordelen of de getuige daadwerkelijk weigerachtig is. De zaak is aangehouden tot de raadkamer gevangenhouding van 10 juli 2019.