Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Aanvullende bewijsmotivering
aanwezig hebbenvan de drugs, niet van de (verlengde)
invoerdaarvan.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigt het gerechtshof Amsterdam het eerdere oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van invoer van heroïne.
De verdediging stelde dat verdachte slechts een ticket en hotel had geboekt en beperkte betrokkenheid had, met een medische hulpverlening als doel in de hotelkamer. Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van een medeverdachte die aangaf dat verdachte expliciet vroeg naar de drugs in de bagage en op observaties van verbalisanten die verdachte zagen handelen met een rolkoffer.
Daarnaast werd whatsapp-communicatie tussen verdachte en een medeverdachte als bewijsmiddel gebruikt, waaruit blijkt dat verdachte een actieve en niet-ondergeschikte rol had in de drugstransactie. Verdachte ontkende deelname aan het gesprek, maar gaf bij verhoor aan de telefoon al langere tijd in bezit te hebben.
Het hof concludeert dat de combinatie van verklaringen, observaties en digitale communicatie het bewijs voor medeplegen van invoer overtuigend maakt en bevestigt het vonnis van de rechtbank met deze aanvullende motivering.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en veroordeelt verdachte voor medeplegen van invoer van heroïne.