ECLI:NL:GHAMS:2019:2349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- A.M. van Amsterdam
- W. Foppen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid veroordeelde in hoger beroep ontnemingszaak Opiumwet
In deze zaak heeft het openbaar ministerie in eerste aanleg gevorderd dat de veroordeelde wordt verplicht tot betaling van een geldbedrag van € 2.212,50 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde was bij vonnis van de politierechter veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet en werd tevens veroordeeld tot betaling van het genoemde bedrag.
De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen zowel het strafvonnis als de ontnemingsmaatregel. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 12 april 2019 heeft het hof vastgesteld dat de veroordeelde geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. Tevens bleek er geen ander rechtens te respecteren belang aanwezig om de zaak inhoudelijk te onderzoeken.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het vonnis van de politierechter in stand blijft en het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de ontnemingsvordering.