ECLI:NL:GHAMS:2019:2391
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens niet-ontvangen ingebrekestelling en strijd met tweeconclusieregel
In deze civiele zaak ging het om een vordering van Hoist Portfolio Holding Ltd. tegen een geïntimeerde met betrekking tot een doorlopend krediet. De kantonrechter had de vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat Hoist de geïntimeerde in gebreke had gesteld en dat de vordering opeisbaar was.
Hoist stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk een ingebrekestelling had verzonden en overgelegd, met name een brief van 8 februari 2013. Het hof oordeelde echter dat uit de stukken onvoldoende bleek dat de geïntimeerde deze brief daadwerkelijk had ontvangen. Ook andere omstandigheden, zoals telefoongesprekken en ontvangst van andere brieven, waren onvoldoende om ontvangst aan te nemen.
Daarnaast wees het hof het beroep van Hoist op een brief van 5 april 2013 af, omdat deze niet was overgelegd en niet in het historisch overzicht voorkwam. Het hof concludeerde dat de vordering niet opeisbaar was en dus terecht was afgewezen.
Verder oordeelde het hof dat de vermeerdering van de eis door Hoist niet toelaatbaar was wegens strijd met de tweeconclusieregel. Er was geen sprake van een uitzondering op deze regel. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Hoist in de kosten van het principaal appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van Hoist af wegens het ontbreken van een ontvangen ingebrekestelling en strijd met de tweeconclusieregel.