De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot afpersing in vereniging met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging.
De poging tot afpersing betrof het achternazitten, vastpakken, duwen en dreigen met een mes richting twee toeristen in Amsterdam. Het hof weegt zwaar dat de verdachte meerdere eerdere veroordelingen heeft en ten tijde van het feit in twee proeftijden liep. Ook is hij opgenomen in de Top-400 aanpak vanwege een patroon van drugshandel.
Het hof legt daarom een gevangenisstraf van zes maanden op, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. Tevens beveelt het hof de tenuitvoerlegging van twee eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, omdat de verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.
De uitspraak benadrukt de ernst van het delict, de maatschappelijke impact van afpersing en het recidivegevaar. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en wijst de vorderingen tot tenuitvoerlegging toe. Het vonnis wordt in zoverre gewijzigd en in alle overige punten bevestigd.