ECLI:NL:GHAMS:2019:246

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2019
Publicatiedatum
31 januari 2019
Zaaknummer
000971-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 90 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

De zaak betreft een verzoek op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. Het verzoek omvatte kosten van €470,29 voor de strafzaak zelf en €280,00 voor de verzoekschriftprocedure.

Het verzoekschrift werd tijdig ingediend en het hof heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal gehoord. Het hof achtte op grond van billijkheid gronden aanwezig om de vergoeding toe te kennen. Het Openbaar Ministerie had een overzicht van openstaande zaken overgelegd met het verzoek tot verrekening van het toe te kennen bedrag met eventuele openstaande schulden.

Het hof oordeelde echter dat op basis van het overzicht niet kon worden vastgesteld of de uitspraken onherroepelijk waren, zodat verrekening niet mogelijk was. Daarom werd het volledige bedrag van €750,29 aan verzoeker toegekend. De beschikking werd op de openbare zitting van 31 januari 2019 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €750,29 toe voor de gemaakte kosten rechtsbijstand en gaat niet over tot verrekening met openstaande zaken.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer: 000971-18 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000083-18
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. P.A.J. van Putten, [adres].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 470,29;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 27 augustus 2018 ingekomen.
Op 12 september 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Met kennisgeving hiervan is verzoeker noch diens advocaat in raadkamer verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Bij arrest van dit hof van 31 mei 2018 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een vergoeding zoals verzocht.
Ten aanzien van de verrekening op de voet van artikel 90 lid 3 Sv Pro
Voorafgaande aan de raadkamer heeft het Openbaar Ministerie een op verzoeker betrekking hebbend ‘Overzicht openstaande zaken’, opgemaakt door het Centraal Justitieel Incassobureau op 15 januari 2019, aan het hof doen toekomen.
De advocaat-generaal heeft in raadkamer verzocht het toegewezen bedrag –voor zover mogelijk- te verrekenen met de openstaande zaken van het overzicht.
Het hof overweegt dat op basis van het door het Openbaar Ministerie ingebrachte ‘Overzicht openstaande zaken’ niet kan worden vastgesteld of de in het overzicht opgenomen uitspra(a)k(en) onherroepelijk is/zijn geworden. Nu anderszins aanvullende informatie over de status van deze uitspraken in onderhavige zaak ontbreekt, betekent dit dat niet kan worden vastgesteld of aan de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in artikel 90 lid 4 Wetboek Pro van Strafvordering uitvoering kan worden gegeven. Het hof zal daarom niet tot verrekening overgaan.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 750,29 (zevenhonderdvijftig euro en negenentwintig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.H.C. van Ginhoven, A.M.P. Geelhoed en M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 31 januari 2019.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 750,29 (zevenhonderdvijftig euro en negenentwintig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 31 januari 2019,
mr. J.H.C. van Ginhoven, voorzitter.