ECLI:NL:GHAMS:2019:246
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M.P. Geelhoed
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
De zaak betreft een verzoek op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. Het verzoek omvatte kosten van €470,29 voor de strafzaak zelf en €280,00 voor de verzoekschriftprocedure.
Het verzoekschrift werd tijdig ingediend en het hof heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal gehoord. Het hof achtte op grond van billijkheid gronden aanwezig om de vergoeding toe te kennen. Het Openbaar Ministerie had een overzicht van openstaande zaken overgelegd met het verzoek tot verrekening van het toe te kennen bedrag met eventuele openstaande schulden.
Het hof oordeelde echter dat op basis van het overzicht niet kon worden vastgesteld of de uitspraken onherroepelijk waren, zodat verrekening niet mogelijk was. Daarom werd het volledige bedrag van €750,29 aan verzoeker toegekend. De beschikking werd op de openbare zitting van 31 januari 2019 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €750,29 toe voor de gemaakte kosten rechtsbijstand en gaat niet over tot verrekening met openstaande zaken.