ECLI:NL:GHAMS:2019:2466
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding onrechtmatige inverzekeringstelling en rechtsbijstand
Verzoeker was op 9 augustus 2015 in verzekering gesteld op verdenking van overtreding van artikel 141 Sr Pro en op 11 augustus 2015 weer vrijgelaten. Hij vorderde een schadevergoeding wegens de ondergane inverzekeringstelling, waarbij hij stelde dat hij extra leed had door bijtwonden van een politiehond en klappen met een knuppel. Daarnaast vorderde hij vergoeding van kosten voor rechtsbijstand.
De rechtbank wees het verzoek af omdat zij oordeelde dat de verdenking van openlijke geweldpleging gerechtvaardigd was, mede omdat verzoeker niet weg was gegaan na een politiebevel. Het hof stelde echter vast dat het niet voldoen aan een ambtelijk bevel en het halen van verhaal bij de politie niet automatisch een gerechtvaardigde verdenking opleveren. Ook was er onvoldoende bewijs dat verzoeker een wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd.
Het hof achtte daarom gronden van billijkheid aanwezig en kende een vergoeding toe van €210 voor de inverzekeringstelling. Voor de kosten van rechtsbijstand kende het hof een vergoeding van €830 toe. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 5 maart 2019.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van €210 voor de inverzekeringstelling en €830 voor rechtsbijstand.