Uitspraak
1.Inhoud van het verzoekschrift
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het hoger beroep
- 2 dagen politiebureau € 105,- p/d € 210,00
- 10 dagen huis van bewaring € 80,- p/d € 800,00
- Totaal € 1.010,00
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verzocht op grond van artikel 89 Sv Pro om een vergoeding van €1.260,- voor schade geleden door verzekering en voorlopige hechtenis, en op grond van artikel 591a Sv om een forfaitaire vergoeding van €830,- voor gemaakte kosten rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens een vormverzuim, omdat het verzoekschrift niet door appellant was ondertekend en hij niet was verschenen bij de raadkamer. In hoger beroep overwoog het hof dat dit verzuim was hersteld doordat een mede door appellant ondertekend verzoekschrift was ingediend.
Het hof achtte gronden van billijkheid aanwezig en kende een vergoeding van €1.010,- toe voor verzekering en voorlopige hechtenis. Verrekening met openstaande geldboetes werd niet toegepast vanwege onduidelijkheid over de onherroepelijkheid van de boetes. Daarnaast werd het verzoek op grond van artikel 591a Sv toegewezen voor een bedrag van €830,-.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, met toekenning van de genoemde vergoedingen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 maart 2019.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van €1.010,- voor verzekering en voorlopige hechtenis en €830,- voor rechtsbijstandskosten.