ECLI:NL:GHAMS:2019:2483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verdachte in hoger beroep wegens gebrek aan belang
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 30 januari 2018. Tijdens de pro-forma terechtzitting op 7 februari 2019 werd de zaak reeds behandeld. Later, op 24 juni 2019, liet de raadsman van de verdachte weten dat de bezwaren tegen het vonnis niet langer gehandhaafd werden. Hierdoor verzocht hij het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestond bij het onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 juni 2019. Een van de rechters, mr. N.C. Laatsch, was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan belang.