In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het overtreden van een tijdelijk huisverbod, opgelegd door de burgemeester. Op of omstreeks 21 maart 2018 betrad de verdachte de woning waarvoor het huisverbod gold en zocht contact met de daarin genoemde persoon, ondanks het verbod.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte het huisverbod heeft overtreden en verwierp andere tenlasteleggingen. De strafbaarheid van het feit en de verdachte werd bevestigd, waarbij rekening werd gehouden met eerdere veroordelingen, waaronder voor huiselijk geweld.
Hoewel de verdachte positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, zoals het starten van een hulpverleningstraject, het stoppen met harddrugs en het hebben van een stabielere relatie, achtte het hof een gevangenisstraf van twee weken passend. Deze straf werd gelijkgesteld aan het reeds door de verdachte uitgezette voorarrest.
Daarnaast verlengde het hof de proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met één jaar, vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd. Het hof benadrukte het belang van het niet doorkruisen van de positieve ontwikkelingen bij de verdachte.