ECLI:NL:GHAMS:2019:2489

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
17 juli 2019
Zaaknummer
23-003736-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietige oproeping verdachte in hoger beroep wegens niet-betekeningswijze vanuit Turkije

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Noord-Holland. De verdachte, woonachtig in Turkije, was niet verschenen op de terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2019. De oproeping was op 4 januari 2019 betekend aan de griffier van de rechtbank omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was.

Daarnaast was een gewone brief gestuurd naar het adres in Turkije waar de verdachte in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven. Tevens was op 25 februari 2019 een rechtshulpverzoek verzonden aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken (AIRS). Echter was niet gebleken dat dit verzoek aan de Turkse autoriteiten was doorgeleid.

Het hof oordeelde dat de oproeping niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de verdachte was betekend. Hierdoor was de oproeping nietig en kon de verdachte niet worden gedwongen te verschijnen. Het arrest verklaart de oproeping in hoger beroep nietig en wijst het hoger beroep af wegens niet-verschijnen van de verdachte.

Uitkomst: De oproeping in hoger beroep wordt nietig verklaard wegens niet-wettige betekening vanuit Turkije.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003736-17
datum uitspraak: 25 juni 2019
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-208422-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
adres: [adres 1]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2019.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal met betrekking tot de oproeping.

Geldigheid van de oproeping in hoger beroep

Uit de door de advocaat-generaal overgelegde stukken blijkt dat de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2019 op 4 januari 2019 is betekend aan de griffier van de rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Daarnaast is een afschrift van de oproeping als gewone brief toegezonden aan het adres in Turkije waar de verdachte staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) ([adres 2]).
Op 25 februari 2019 is daarnaast een rechtshulpverzoek verzonden aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken (hierna: AIRS). De advocaat-generaal heeft desgevraagd medegedeeld dat haar niet bekend is of dit rechtshulpverzoek ook is verstuurd aan de Turkse autoriteiten.
Nu ook anderszins niet is gebleken dat het rechtshulpverzoek door AIRS is doorgeleid aan de Turkse autoriteiten, is het hof van oordeel dat de oproeping om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De oproeping dient op grond daarvan, nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.M. Kengen en mr. N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2019.
mr. N.C. Laatsch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]