ECLI:NL:GHAMS:2019:2529
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling bij constructiebedrijf
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling van een collega bij een constructiebedrijf op 19 mei 2017.
De verdachte werd beschuldigd van het stompen, slaan en schoppen van het slachtoffer, waarbij foto's van het slachtoffer met een bult op het voorhoofd en vermoedelijke verdikkingen op de armen werden overgelegd. Ondanks de aangifte ontkende verdachte de mishandeling steeds.
Getuigenverklaringen ontbraken, aangezien geen collega’s de mishandeling hadden waargenomen. Het hof oordeelde dat het dossier onvoldoende steunbewijs bevatte om de mishandeling overtuigend bewezen te achten. Daarom vernietigde het hof het vonnis en sprak verdachte vrij.
De advocaat-generaal had een geldboete van €500 geëist, maar dit werd door het hof verworpen wegens gebrek aan bewijs. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 juli 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mishandeling.