ECLI:NL:GHAMS:2019:2535

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2019
Publicatiedatum
19 juli 2019
Zaaknummer
13/139591-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot gevangenhouding van de verdachte bevatte. De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, verzocht mondeling om schorsing van deze hechtenis.

Na bestudering van het dossier en het reclasseringsrapport van 21 juni 2019, waarin negatief reclasseringstoezicht en recidivegevaar werden vastgesteld, oordeelde het hof dat er voldoende ernstige bezwaren zijn om de voorlopige hechtenis te handhaven. Het hof achtte de persoonlijke belangen van de verdachte onvoldoende klemmend om tot schorsing over te gaan.

Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. Het hof merkte op dat een verzoek tot korte schorsing om afscheid te nemen van een vriend kan worden voorgelegd aan de directeur van het huis van bewaring waar de verdachte verblijft. Het hoger beroep tegen de beschikking werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege recidivegevaar en onvoldoende klemmende persoonlijke belangen.

Uitspraak

13/139591-19
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
postadres: [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
thans verblijvende in het huis van bewaring P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2019, voor zover houdende bevel tot haar gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. S.J. van Galen.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Gelet op de inhoud van het dossier acht het hof ook in dit stadium van de procedure voldoende ernstige bezwaren aanwezig.
Gelet op de documentatie van de verdachte is de zogeheten kleine recidivegrond van toepassing. Daar komt bij dat er ook nog sprake is van een nog lopende proeftijd van een eerder veroordeling voor winkeldiefstal.
Ten aanzien van het mondelinge schorsingsverzoek overweegt het hof het volgende. Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 21 juni 2019, waaruit blijkt dat eerder reclasseringstoezicht negatief is geretourneerd, en het bestaande recidivegevaar heeft het hof er geen vertrouwen in dat het recidivegevaar kan worden ingeperkt door het stellen van voorwaarden. In dat licht bezien zijn de door de verdachte aangevoerde persoonlijke belangen niet klemmend genoeg om desondanks tot schorsing van de voorlopige hechtenis over te gaan. Het mondelinge verzoek tot schorsing wordt derhalve afgewezen.
Ten overvloede merkt het hof op dat het verzoek om de voorlopige hechtenis voor een korte tijd te schorsen om afscheid te kunnen nemen van de vriend van de verdachte, kan worden voorgelegd aan de directeur van het Huis van Bewaring waar de verdachte thans verblijft.
13/139591-19

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 10 juli 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. F.A. Hartsuiker en A.E. Kleene-Krom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.G.W.M. Lut als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 10 juli 2019,
de advocaat-generaal