Op 5 juli 2018 heeft verdachte te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, zich schuldig gemaakt aan diefstal van goederen en het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsverbod opgelegd door een ambtenaar met toezichtbevoegdheid.
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeelde verdachte, tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet nu opnieuw recht.
Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Daarbij is bepaald dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf, voor zover deze tijd niet reeds op een andere straf is verrekend.
De wettelijke grondslagen voor de bewezenverklaring zijn artikel 57, 184 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak is gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders.