ECLI:NL:GHAMS:2019:2546
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 juli 2019 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 2 augustus 2018. Tijdens de terechtzitting is namens de verdachte kenbaar gemaakt dat hij het hoger beroep niet wenst te handhaven. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren geacht te zijn ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij een nader onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De beslissing is genomen door mr. M.F.J.M. de Werd, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders. Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep wegens gebrek aan ontvankelijkheid van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.