Op 16 februari 2018 werd verdachte te Zaandam verdacht van wederspannigheid. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeelde hem, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen bepaalde beslissingen en vernietigde het vonnis van de politierechter. Vervolgens deed het hof opnieuw recht door verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 30 uur en 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. De taakstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om cassatie in te stellen. Het vonnis is gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders.