Op 16 augustus 2018 weigerde de verdachte als bestuurder van een personenauto mee te werken aan een ademanalyse, een overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in Noord-Holland veroordeelde verdachte, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €1.100,00, waarvan vijf termijnen van €220,00, en een hechtenisstraf van 21 dagen die bij gebreke van betaling wordt vervangen door de geldboete. Tevens werd de verdachte voor tien maanden de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen.
De duur van de rijontzegging wordt verminderd met de periode waarin het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden. De verdachte deed ter terechtzitting afstand van het recht om cassatie in te stellen. Het vonnis is gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders.