ECLI:NL:GHAMS:2019:257
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M.P. Geelhoed
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding verzekering en rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.
Het hof heeft vastgesteld dat verzoeker op 9 mei 2016 in verzekering is gesteld en de volgende dag in vrijheid is gesteld. Op grond van artikel 89 Sv Pro en de interpretatie van artikel 136 Sv Pro is een vergoeding van € 105,00 toegekend voor de duur van de verzekering. Daarnaast is op grond van artikel 591a Sv een forfaitaire vergoeding van € 550,00 toegekend voor de gemaakte kosten rechtsbijstand.
Hoewel de advocaat-generaal stelde dat een openstaande geldboete van € 239,00 verrekend kon worden en verzoeker hiermee instemde, kon het hof op basis van het dossier niet vaststellen of de strafbeschikking onherroepelijk was geworden. Hierdoor kon het hof niet tot verrekening overgaan.
De beschikking is uitgesproken op 31 januari 2019 door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de vergoeding van in totaal € 655,00 onverwijld aan verzoeker wordt overgemaakt.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van € 105,00 voor verzekering en € 550,00 voor rechtsbijstand, zonder verrekening van een openstaande geldboete.