ECLI:NL:GHAMS:2019:2586
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over verjaring vernietiging effectenleaseovereenkomsten
In deze zaak staat centraal of de vernietiging van drie effectenleaseovereenkomsten op grond van het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote tijdig is ingeroepen. Appellante, de echtgenote van wijlen X, had de leaseovereenkomsten betwist en vernietiging gevorderd. De kantonrechter had echter geoordeeld dat de vordering tot vernietiging was verjaard, mede op basis van een bewijsvermoeden dat appellante bekend was met de overeenkomsten omdat de betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening werden gedaan.
Appellante stelde dat zij niet bekend was met de overeenkomsten en dat het bewijsvermoeden ontzenuwd was. Het hof oordeelde dat appellante, gezien haar administratieve werkzaamheden en de inconsistenties in haar en haar zoon's verklaringen, niet slaagde in het ontzenuwen van het bewijsvermoeden. Het hof bevestigde dat de verjaringstermijn van drie jaar was verstreken en dat Dexia terecht een beroep op verjaring deed.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep. Hiermee werd het beroep van appellante afgewezen en bleef de geldigheid van de leaseovereenkomsten in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het beroep van appellante af wegens verjaring.