Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID,
STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS BOUW & INFRA,
STICHTING SCHOLINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID,
STICHTING AANVULLINGSFONDS BOUW & INFRA,
Gerechtshof Amsterdam
De onderneming van appellant valt sinds 1 januari 2007 onder de verplichtstelling van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid en de toepasselijke cao's. De kantonrechter heeft dit in een tussenvonnis als einduitspraak vastgesteld, waartegen appellant geen tijdig hoger beroep heeft ingesteld.
Appellant richt haar grieven tegen deze einduitspraak, waardoor zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep. De kantonrechter heeft in een later vonnis de hoogte van de verschuldigde premies vastgesteld, waartegen appellant geen grieven heeft ingebracht.
Het hof bevestigt dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld door haar verplichtingen niet na te komen en veroordeelt haar tot betaling van premies en wettelijke rente over de periode van 1 januari 2007 tot 24 maart 2009, alsmede tot het verstrekken van een controleverklaring van een registeraccountant. De vorderingen over de periode 2016-2018 worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van het hoger beroep worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld tot betaling van premies en rente over 2007-2009.