In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een andere bewezenverklaring gegeven. Verdachte heeft in de periode van januari 2013 tot en met februari 2014 herhaaldelijk contact gezocht met het slachtoffer via e-mails, sms-berichten, telefoontjes, brieven en fysieke bezoeken, ondanks duidelijke verzoeken van het slachtoffer om geen contact op te nemen.
Het hof acht bewezen dat verdachte wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer met het oogmerk haar te dwingen contact te onderhouden. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een strafbare inbreuk en ontkende het oogmerk, maar het hof verwierp deze verweren.
De politierechter had een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met contactverbod opgelegd. Het hof bevestigt de straf, maar acht een contactverbod niet noodzakelijk gezien het tijdsverloop en het feit dat de verdachte de afgelopen jaren geen contact heeft gezocht. De taakstraf wordt geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
Het hof benadrukt dat verdachte onvoldoende inzicht toont in de ernst van zijn gedragingen en de impact daarvan op het slachtoffer. De straf is bedoeld om het strafwaardige karakter van het handelen te benadrukken en herhaling te voorkomen.
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals die golden ten tijde van het bewezen verklaarde.