De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens diefstal met geweld bij een winkel. In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging.
Het hof nam de omstandigheden mee, waaronder het feit dat de verdachte een lange geschiedenis van justitiële contacten heeft, maar recent positieve stappen heeft gezet door hulp te zoeken en een leven buiten detentie op te bouwen vanwege de zwangerschap van zijn vriendin. Het hof vond het niet wenselijk dat deze prille ontwikkelingen werden doorkruist door een nieuwe vrijheidsbeneming.
Daarom legde het hof een taakstraf van zestig uur op, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 117 dagen. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd afgewezen. Het hof benadrukte dat dit een laatste kans is voor de verdachte om zijn leven te beteren.