ECLI:NL:GHAMS:2019:3042

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2019
Publicatiedatum
16 augustus 2019
Zaaknummer
23-000646-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van geldbedragen weggenomen met gestolen pinpas

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten van diefstal uit geldautomaten met behulp van een valse sleutel en het gebruik van een gestolen pinpas.

De tenlastelegging betrof het wegnemen van geldbedragen uit geldautomaten in de periode mei 2014 in verschillende Nederlandse plaatsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte zou daarbij ook middelen en inlichtingen hebben verschaft aan een medeverdachte.

Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de wettelijke maatstaf van wettige bewijsoverweging en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar omdat verdachte niet schuldig werd bevonden, werd deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000646-18
datum uitspraak: 15 augustus 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-870834-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Bij akte van 29 november 2018 is het hoger beroep ingetrokken voor zover het was gericht tegen de bij vonnis gegeven beslissing tot vrijspraak van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:

6.primairzij in of omstreeks de periode van 17 mei 2014 tot en met 18 mei 2014 te Arnhem en/of te Ede en/of te Utrecht, althans in Nederland, telkens, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van 1000 euro en/of een geldbedrag van 250 euro en/of een geldbedrag van 100 euro, in elk geval telkens een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.subsidiair[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 17 mei 2014 tot en met 18 mei 2014 te Arnhem en/of te Ede en/of te Utrecht, althans in Nederland, telkens, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van 1000 euro en/of een geldbedrag van 250 euro en/of een geldbedrag van 100 euro, in elk geval telkens een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 17 mei 2014 tot en met 18 mei 2014 te Arnhem en/of te Ede en/of te Utrecht, althans in Nederland telkens opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door een pinpas op naam van [slachtoffer] met bijbehorende pincode aan die [medeverdachte] te geven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het pleidooi van de raadsman, hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 497,45 euro bestaande uit 397,45 euro aan materiële schade en 100,00 euro aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van 150,00 euro aan materiële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en wenst de oorspronkelijke vordering te verlagen tot een bedrag van 150 euro, zijnde het door de rechtbank toegekende bedrag aan schadevergoeding.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. A.E. Kleene-Krom, mr. M.M. van der Nat, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 augustus 2019.
[…]