ECLI:NL:GHAMS:2019:3161
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2018. De verdachte, geboren in 1996, had geen schriftuur met grieven ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Daarnaast bleek er geen rechtens te respecteren belang te zijn dat onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering oordeelde het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk zal behandelen omdat niet aan de formele vereisten is voldaan.
De beslissing werd genomen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 augustus 2019. De raadsman van de verdachte was niet gemachtigd, en de uitspraak werd gewezen door mr. G. Oldekamp, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.