ECLI:NL:GHAMS:2019:3161

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 augustus 2019
Publicatiedatum
28 augustus 2019
Zaaknummer
23-000361-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2018. De verdachte, geboren in 1996, had geen schriftuur met grieven ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Daarnaast bleek er geen rechtens te respecteren belang te zijn dat onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering oordeelde het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk zal behandelen omdat niet aan de formele vereisten is voldaan.

De beslissing werd genomen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 augustus 2019. De raadsman van de verdachte was niet gemachtigd, en de uitspraak werd gewezen door mr. G. Oldekamp, in aanwezigheid van griffier C.N. Aalders.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-166387-18
parketnummer hoger beroep : 23-000361-19
VERSTEK(raadsman niet gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 augustus 2019 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2018 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboorteplaats] 1996 te [geboortedag]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. G. Oldekamp, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.
mr. G. Oldekamp