Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
rechterhand heeft vastgehad, niet bij het gegeven dat op de deurstijl van dat portier afdrukken van zijn
linkerring- en wijsvinger zijn aangetroffen. Verder heeft hij op de terechtzitting in eerste aanleg over dit voorval verklaard dat hij de pet heeft aangetroffen in een
doosen dat hij de pet, na deze gepast te hebben, weer terug in de doos heeft
gegooid. Die onderdelen van zijn verklaring laten zich niet rijmen met het gegeven dat de pet in een leren tas, gewikkeld in drie doeken en onder een opgerolde witte jas is aangetroffen. Bovendien kan zijn verklaring dat hij vanaf 7.30 uur gedurende een half uur zonder zijn telefoon van huis is geweest niet worden verenigd met het feit dat hij om 7.43 en 7.47 uur telefooncontact heeft gehad met [medeverdachte 2]. Hiermee geconfronteerd heeft de verdachte zijn verklaring aangepast en gezegd dat het ook best kan zijn dat hij die ochtend om 7.15 uur van huis is vertrokken. Dit overtuigt het hof echter niet. Op grond van het voorgaande acht het hof het gepresenteerde alternatieve scenario niet aannemelijk.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van de straf
Beslag
Vorderingen van de benadeelde partijen
Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
officier van justitie niet-ontvankelijkin het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in
zaak A onder 2ten laste gelegde.
zaak B onder 1 primair en 1 subsidiairten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
zaak A onder 1 en 3 en in zaak B onder 2ten laste gelegde heeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren en 11 (elf) maanden.
- halsketting, kleur oranje (4970645);
- toegangspas, kleur wit (5004161);
- ABN AMRO bankpas (5004180).
benadeelde partij [benadeelde 2]ter zake van het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 1.500,00(duizend vijfhonderd euro) bestaande uit
immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 6]in de vorderingen tot schadevergoeding
niet-ontvankelijk.