Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
- [medeverdachte 1] een half uur voordat [naam 2] de portiekdeur voor hem openmaakte, aan de verdachte heeft gevraagd: “Mag die man van dat ding afweten? Mag die ervan af weten of moet ik die andere man weg laten gaan?” en er geen enkele concrete aanwijzing is dat met ‘die andere man’ iemand anders is bedoeld dan [naam 2];
- [medeverdachte 1] tegen de verdachte in dat gesprek heeft gezegd: “Ik zeg je van die [naam 3]. We kunnen eruit komen. Er is geen enkele camera” en even later “Ik ga die mannen [
het hof begrijpt: de politie] niks zeggen van die [naam 3] hoor. Ik heb die man niet gezien, ik ken die man niet. Het is mijn woord tegen zijn woord”, waarop de verdachte heeft gereageerd met de tekst: “Ons verhaal moet krachtiger zijn dan die van hem. Mijn verhaal was van … ik heb die plek geregeld, die binnentuin, voor een zakelijke bespreking”;
- [medeverdachte 1] en de verdachte in dit gesprek klaarblijkelijk bezig waren een strategie uit te zetten om niet te hoeven opdraaien voor de beroving van ‘die [naam 3]’;
Bewezenverklaring
bestonduit het uitvoeren van bovengenoemde misdrijven, het onderhouden van (telefonische) contacten met zijn mededaders, het maken van afspraken met zijn mededaders, het doorgeven van berichten aan zijn mededader(s) en/of het verrichten van voorverkenningen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van de straf
Vordering tot gevangenneming
Beslag
Vorderingen van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
de verdachte niet-ontvankelijkin het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissingen ter zake van het
in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 3ten laste gelegde.
zaak B onder 1 primair en subsidiair en 2ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan vrij.
zaak A onder 1 primair, 2 en 3 en in zaak B onder 3ten laste gelegde heeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 10 (tien) maanden.
teruggave aan de verdachtevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
benadeelde partij [slachtoffer 2]ter zake van het in zaak A onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 1.500,00(duizend en vijfhonderd euro) bestaande uit
immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00(duizend en vijfhonderd euro) bestaande uit
immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
benadeelde partij [slachtoffer 1]ter zake van het in zaak A onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 2.915,21(tweeduizend negenhonderdvijftien euro en eenentwintig cent) bestaande uit
€ 1.915,21(duizend negenhonderdvijftien euro en eenentwintig cent)
materiële schadeen
€ 1.000,00(duizend euro)
immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
benadeelde partij [slachtoffer 5]in de vordering tot schadevergoeding
niet-ontvankelijk.
gevangenneming van de verdachte.