ECLI:NL:GHAMS:2019:329
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds maart 2016 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder was in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, stellende dat de bedreiging voor de ontwikkeling van het kind niet meer aanwezig is en dat zij inmiddels voldoende opvoedvaardigheden heeft verworven.
De GI en de Raad voor de Kinderbescherming betoogden dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn vanwege blijvende zorgen over de thuissituatie, onvoldoende opvoedvaardigheden van de ouders, en moeizame samenwerking met de moeder. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zoals het goed functioneren van het kind op de voorschool en de start van een hulpverleningstraject, is het hof van oordeel dat er nog steeds sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind.
Het hof overweegt dat ondanks de positieve signalen de doelen uit het plan van aanpak nog niet voldoende zijn behaald en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende waarborg biedt voor een veilige en stabiele thuissituatie. Daarom wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling bekrachtigd voor de duur van een jaar.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd voor de duur van een jaar.