Uitspraak
mr. J.B.R. Regouwen
mr. W.S. van Dijk, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. R.A. Woutering en mr. J. van Bekkum, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. P. van de Goor, kantoorhoudende te Eindhoven.
Het verloop van het geding
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft verzoekster [A] haar verzoek tot het bevelen van een enquêteonderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen ingetrokken. Dit verzoek was eerder aangehouden door de Ondernemingskamer bij beschikking van 10 oktober 2017.
De Ondernemingskamer had toen op gezamenlijk verzoek van [A] en belanghebbende [C] Ing. G.C.J. Verweij benoemd tot bestuurder van Maja Investments en verdere beslissingen aangehouden. Na de intrekking van het verzoek door [A] en de instemming van [C] en Maja Investments met de opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening, heeft de Ondernemingskamer besloten verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren voor zover nog niet beslist en de onmiddellijke voorziening op te heffen.
De kosten van de benoemde bestuurder Verweij zijn voldaan, hetgeen mede heeft bijgedragen aan de beslissing tot opheffing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 30 september 2019.
Uitkomst: De Ondernemingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk en heft de getroffen onmiddellijke voorziening op.