ECLI:NL:GHAMS:2019:3458
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J. Kok
- G.W. Brands-Bottema
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling en gezamenlijk ouderlijk gezag minderjarige
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige geboren in 2012. De vrouw oefent momenteel het gezag uit en de minderjarige woont bij haar. Het vaderschap van de man is in 2015 gerechtelijk vastgesteld. Er zijn diverse tijdelijke omgangsregelingen vastgesteld sinds 2015.
De man is in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van oktober 2018 waarin een omgangsregeling werd vastgesteld en zijn verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen. De vrouw stelde incidenteel hoger beroep in tegen dezelfde beschikking.
Het hof acht zich onvoldoende geïnformeerd om te beslissen over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling op langere termijn. Daarom verzoekt het hof de Raad voor de Kinderbescherming een uitgebreid onderzoek te verrichten naar de belangen en behoeften van de minderjarige en het belang van gezamenlijk gezag.
Totdat het rapport van de raad beschikbaar is, stelt het hof een tijdelijke omgangsregeling vast waarbij de minderjarige elke woensdag na school tot donderdag naar school bij de man verblijft en eenmaal per veertien dagen van vrijdag na school tot maandag naar school. De behandeling wordt pro forma aangehouden tot 5 januari 2020.
Uitkomst: Het hof verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek te doen en stelt een tijdelijke omgangsregeling vast, houdt de zaak aan tot het rapport beschikbaar is.