ECLI:NL:GHAMS:2019:3707
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over duurzame ontwrichting huwelijk en gebruiksvergoeding woning na echtscheiding
Partijen zijn sinds 1976 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn bij beschikking van 19 september 2018 gescheiden. De man kwam in hoger beroep tegen de uitspraak, stellende dat de vrouw niet ontvankelijk zou zijn wegens een geestelijke stoornis die haar wilsbekwaamheid zou aantasten. Hij verzocht ook om een deskundigenonderzoek en stelde diverse grieven over gebruiksvergoeding en eigenaarslasten.
De vrouw betwistte de stellingen over haar geestelijke stoornis en stelde dat de man zelf psychische problemen heeft. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs leverde voor de gestelde stoornis van de vrouw en dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, zodat de echtscheiding terecht is uitgesproken.
Verder oordeelde het hof dat de man, als exclusieve gebruiker van de woning, aan de vrouw een gebruiksvergoeding verschuldigd is. Het rentepercentage werd vastgesteld op 2%, gebaseerd op het redelijk te behalen rendement. De gebruiksvergoeding werd vastgesteld op € 673 per maand, met verrekening van de helft van de eigenaarslasten, inclusief noodzakelijke incidentele kosten zoals dakreparatie. Dit resulteerde in een netto vergoeding van € 505 per maand in 2018 en € 516 per maand vanaf 2019.
De overige grieven van de man werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover de gebruiksvergoeding was afgewezen en in zoverre opnieuw beslist. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de duurzame ontwrichting en bepaalt dat de man aan de vrouw een gebruiksvergoeding moet betalen met aanpassingen in rentepercentage en verrekening van eigenaarslasten.