ECLI:NL:GHAMS:2019:372
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- T.A.M. Tijhuis
- H.A. van den Berg
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzoek nevenvoorziening omgangsregeling in hoger beroep
In deze zaak zijn partijen gehuwd en hebben zij een minderjarige dochter. De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats van de dochter bij de man vastgesteld en verzoeken van de vrouw tot kinderbijdrage en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden afgewezen. De vrouw kwam in hoger beroep met een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling waarbij de dochter bij haar verblijft, een verzoek dat in eerste aanleg niet was gedaan.
De man stelde dat de vrouw niet ontvankelijk was in haar hoger beroep omdat het verzoek tot nevenvoorziening nieuw was. Het hof overwoog dat op grond van een eerdere uitspraak van de Hoge Raad een nevenvoorziening ook voor het eerst in hoger beroep kan worden verzocht, ook als hierover in eerste aanleg geen geschil bestond.
Het hof verklaarde de vrouw ontvankelijk in haar verzoek en nodigde partijen uit voor een mondelinge behandeling om het verzoek inhoudelijk te bespreken. Alle verdere beslissingen werden aangehouden totdat deze behandeling heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De vrouw is ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot het treffen van een nevenvoorziening omtrent de omgangsregeling met haar dochter.