ECLI:NL:GHAMS:2019:3729
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleeggezin
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige heeft verleend. De moeder betwistte deze machtiging en verzocht om vernietiging, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming de machtiging wilden laten bekrachtigen.
De minderjarige is onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling, veroorzaakt door een onveilige en onstabiele opvoedingssituatie bij de moeder. De moeder weigerde mee te werken aan de ondertoezichtstelling, waardoor de GI geen zicht kon krijgen op de veiligheid en opvoedingssituatie. De minderjarige is daarom in een pleeggezin geplaatst.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing ten tijde van de beschikking aanwezig waren en nog steeds aanwezig zijn. Het betoog van de moeder dat er geen nieuw onderzoek nodig was, werd verworpen. Ook het subsidiaire verzoek tot onderzoek naar het perspectief van de minderjarige werd afgewezen, omdat de machtiging bijna verstreken was en een verlengingsverzoek bij de kinderrechter zou worden behandeld.
Het hof bekrachtigde de beschikking en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het beroep van de moeder af.