ECLI:NL:GHAMS:2019:373
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgemeenschap en schadevergoeding wegens benadeling gemeenschap
Partijen zijn in 2000 gehuwd en hun huwelijk is in 2017 ontbonden. De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap vanaf 22 augustus 2008, waarbij Nederlands recht van toepassing is. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank over de verdeling van bankrekeningen en goederen, en vordert vergoeding wegens overbedeling.
Het hof oordeelt dat het saldo op een rekening op naam van een kind niet tot de gemeenschap behoort, omdat het geld aan de kinderen is geschonken. De vrouw had een bedrag van €21.964,- van de gezamenlijke rekening naar haar eigen rekeningen overgeboekt en gebruikt voor huishoudelijke kosten en noodzakelijke uitgaven. Het hof stelt vast dat de vrouw onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij de bedragen op de gezamenlijke rekeningen voor haar eigen rekening heeft opgebouwd vóór 22 augustus 2008.
De man slaagt deels in zijn grief dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld door betalingen te doen zonder voldoende bewijs dat deze noodzakelijk waren. Het hof veroordeelt de vrouw tot betaling van €4.075,69 aan de man wegens benadeling van de gemeenschap. De waarde van de auto wordt op nihil gesteld en aan de vrouw toegedeeld. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking, wijst de auto toe aan de vrouw en veroordeelt haar tot betaling van €4.075,69 aan de man wegens benadeling van de gemeenschap.