Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.mr. D. WINTERS q.q.,
2.[appellant 2]
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
”als bedoeld in artikel 45 lid 2 van Pro de Wet op het notarisambt. In het proces-verbaal staat, samengevat, dat naar nu is gebleken in de hypotheekakte van 13 juli 2005 per abuis een hypotheekrecht is gevestigd door B&E Bouwmanagement Nieuw, hetgeen onjuist is omdat ten tijde van het vestigen van dit hypotheekrecht [bestuurder] Holding als enige beschikkingsbevoegd was (en nog altijd is) om dit hypotheekrecht te vestigen en niet B&E Bouwmanagement Nieuw.
“(…) waarbij de JE Holding BV eigenaar van de activa waaronder het vastgoed is gebleven. (Dat deze bij de notaris Kesting te Amsterdam gepasseerde handeling niet aan het kadaster zou zijn doorgegeven valt mij eerst nu op). [E]: De Holding BV is als eigenaresse buiten het faillissement van B&E gebleven en actief.”B&E Bouwmanagement Nieuw is op 10 mei 2011 gefailleerd (zie 3.1.12). Uit laatstgenoemde e-mailbericht blijkt dat [bestuurder] steeds, dus vanaf 11 juli 1997, heeft geweten dat de onroerende zaak toebehoorde aan [bestuurder] Holding.
.Daaruit volgt dat partijen wisten of hadden moeten weten dat de overeenkomst nadelig was voor de schuldeisers van [bestuurder] Holding. Ook deze grief faalt.