ECLI:NL:GHAMS:2019:3782

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
18 oktober 2019
Zaaknummer
23-002064-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte diefstal in vereniging wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter waarin verdachte werd beschuldigd van diefstal in vereniging op 18 februari 2018 bij een tankstation in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het gezamenlijk wegnemen van levensmiddelen met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen.

Tijdens het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de camerabeelden en overige dossierstukken beoordeeld. Uit de beelden bleek dat verdachte samen met vier anderen gelijktijdig in de winkel was, maar als eerste rustig de winkel verliet zonder iets uit de schappen te pakken. De medeverdachten verlieten rennend de winkel met producten in hun handen. Er was geen aanwijzing voor contact of samenwerking tussen verdachte en de anderen tijdens de diefstal.

Het hof concludeerde dat niet is komen vast te staan dat verdachte de diefstal heeft gepleegd of dat er sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal in vereniging wegens onvoldoende bewijs van nauwe en bewuste samenwerking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002064-19
datum uitspraak: 15 oktober 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-120738-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:
op of omstreeks 18 februari 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid snoep en/of chips en/of levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Tankstation [tankstation] (filiaal [adres 2]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kinderrechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof stelt voorop dat diefstal in vereniging kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een ander of anderen.
Het hof stelt vast dat uit de
stillsvan de camerabeelden kan worden afgeleid dat de verdachte samen met vier medeverdachten gelijktijdig in de winkel is, dat de verdachte vervolgens als eerste rustig de winkel uitloopt, waarna de medeverdachten rennend de winkel verlaten met een of meer producten in hun hand. Op de
stillsis niet zichtbaar dat de verdachte op enigerlei wijze contact heeft met de andere jongens en evenmin dat hij zelf iets uit het schap pakt en meeneemt op het moment dat hij de winkel uit- loopt.
Aldus is niet uit voornoemde
stills, en overigens evenmin uit de overige stukken in het dossier, af te leiden dat de verdachte de ten laste gelegde diefstal heeft gepleegd ofwel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de andere personen. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. M.J.A. Duker en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 oktober 2019.
=========================================================================
[…]