ECLI:NL:GHAMS:2019:3789
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling na woordenwisseling met fysiek contact
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte beschuldigd van mishandeling van de aangeefster door haar te slaan, knijpen en krabben. Het hof heeft het bewijs onderzocht aan de hand van de verklaringen van zowel verdachte als aangeefster.
Beide partijen erkenden een woordenwisseling waarbij fysiek contact plaatsvond en letsel ontstond. Het hof kon echter niet met voldoende precisie vaststellen wie het initiatief tot het fysieke contact nam. De lezing van de verdachte werd niet als onaannemelijk verworpen, waardoor de wederrechtelijkheid van zijn handelen niet bewezen kon worden.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 oktober 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling.