Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
11 (elf) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf wegens sociale zekerheidsfraude, waarbij hij en zijn medeverdachte onroerend goed in Turkije niet hadden gemeld aan de sociale dienst. Het hof Amsterdam oordeelde dat de taakstraf onvoldoende recht deed aan de ernst van het feit en vernietigde dit deel van het vonnis.
De verdachte had een lange periode in nauwe samenwerking met zijn medeverdachte onroerend goed, waaronder zeven werkplaatsen en bouwgrond ter waarde van €675.000, niet opgegeven, waardoor de sociale dienst geen inzicht kreeg in hun vermogen en de bijstandsuitkering onterecht werd verstrekt. Het hof benadrukte dat dit het vertrouwen in het sociale zekerheidsstelsel ernstig schaadt.
Daarnaast hield het hof rekening met het feit dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor een soortgelijk feit en geen blijk gaf van inzicht in de ernst van zijn handelen. Gezien de benadeling van ruim €50.000 en de overschrijding van de redelijke termijn, stelde het hof de straf vast op 11 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
De rest van het vonnis bleef ongewijzigd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 oktober 2019.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf wegens sociale zekerheidsfraude.