ECLI:NL:GHAMS:2019:382
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdzorg wegens gebrek aan instemming jeugdige
De jeugdige, geboren in 2003, is vanwege ernstige psychiatrische problematiek en meerdere suïcidepogingen onder toezicht gesteld en tijdelijk gesloten geplaatst. Na diverse verlengingen van machtigingen tot gesloten jeugdhulp, heeft de gecertificeerde instelling (GI) een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verzocht voor de periode van 28 september 2018 tot 28 maart 2019.
De jeugdige kwam in hoger beroep tegen deze machtiging en voerde aan dat zij niet had ingestemd met de voorwaarden, met name de mogelijkheid van een time-out plaatsing van maximaal zes weken zonder rechterlijke toetsing. De GI stelde dat de maatregel noodzakelijk was vanwege de ernst van de problematiek en dat de jeugdige uitgebreid was geïnformeerd. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef de noodzaak van de machtiging.
Het hof overwoog dat instemming van de jeugdige met de voorwaarden vereist is voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging. Hoewel de jeugdige haar handtekening had gezet, had zij expliciet bezwaar gemaakt tegen de voorwaarden, met name tegen de time-out plaatsing. Hierdoor ontbrak de vereiste instemming, zodat de machtiging niet rechtsgeldig kon worden verleend. Het hof vernietigde daarom de beschikking en wees het verzoek van de GI af. Tevens werd geoordeeld dat de vader van de jeugdige geen belanghebbende is in deze procedure.
Uitkomst: De voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt vernietigd wegens gebrek aan instemming van de jeugdige.