Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 december 2018, waarin verdachte was veroordeeld voor diefstal van een lokfiets. Het hof vernietigde het vonnis omdat het zich niet kon verenigen met de bewijsconstructie van de politierechter, maar achtte het bewezen dat verdachte op 31 oktober 2018 te Grootebroek een lokfiets van Politie Noord-Holland heeft weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdachte was eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten, waaronder winkeldiefstal en poging tot diefstal, wat het hof meeweegt bij de strafoplegging. Het hof oordeelde dat verdachte weinig respect toont voor andermans eigendom en dat fietsendiefstal overlast en financiële schade veroorzaakt. Daarom legde het hof een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur op, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-nakoming.
Daarnaast verklaarde het hof enkele inbeslaggenomen voorwerpen, zoals lopers, een slijpmachine en multitools, die bestemd waren voor het plegen van het strafbare feit, verbeurd. Een inbeslaggenomen tas werd aan verdachte teruggegeven. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke gevangenisstraf werd door het hof afgewezen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 oktober 2019, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.